De misvatting over het slechte bestuur in de zorg

De misvatting over het slechte bestuur in de zorg

Datum: 05-03-2017

De misvatting over het slechte bestuur in de zorg

Waarom vinden politici, media en vele reaguurders toch dat de kwaliteit van het bestuur in de zorg zo slecht is? En waarom wordt gedacht dat dit zorgbestuur zo veel slechter is dan in andere sectoren, waardoor voor de zorg extra maatregelen nodig zijn om die slechte bestuurders weg te krijgen? Volgens mij is het een hardnekkige misvatting dat de zorg slechtere bestuurders heeft dan andere sectoren of dat zorgbestuur in absolute zin slecht is. Ik heb er nooit bewijzen van gezien behalve het korte rijtje met Meavita voorop.

Toch blijft het maar doorgaan. Hugo Borst, die ineens alles van de zorg weet nu hij een demente moeder heeft, wil een verplichte ballotage van bestuurders en toezichthouders van de zorg. Zijn enige criterium daarbij is hoe vaak ze op de werkvloer zijn.
Minister Schippers heeft op 13 februari 2017 een brief van vijf kantjes aan de Kamer geschreven als antwoord een motie van Keijser en Potters die vinden dat aan ‘disfunctionerende bestuurders een civielrechtelijk bestuursverbod moet worden opgelegd. Hoe komen Keijser en Potters op het idee om het bij Nazi’s populaire ‘Berufsverbot’ te willen opleggen aan bestuurders in de zorg? En wat is de definitie van een disfunctionerende bestuurder? Schippers gaat er gelukkig verstandig mee om en legt in de vijf kantjes uit hoeveel mogelijkheden er al zijn om een slechte bestuurder weg te krijgen. Ze ziet dus gelukkig geen reden tot aanvullende maatregelen. Een zin uit die brief vind ik echter zorgelijk. Op pagina 1 derde alinea schrijft Schippers ‘Ik zie in de praktijk dat raden van toezicht in wisselende mate gebruik maken van hun bevoegdheden en soms wat aarzelend zijn als een bestuurder blijvend onder de maat presteert’. Hoe weet Schippers dat, is er onderzoek naar gedaan? Zo ja, waarom vermeldt ze dat dan niet. Toen ik voorwerk deed voor de nieuwe governancecode kreeg ik eerder signalen van het tegenovergestelde, namelijk dat raden van toezicht vanuit angst of een verkeerde rolopvatting soms te snel ingrijpen en de bestuurder wegsturen. Dat spoort ook met de korte gemiddelde zittingsduur van zorgbestuurders. Waarschijnlijk is beide waar en zijn er raden van toezicht die te snel ingrijpen en die te laat ingrijpen. Maar waarom zet Schippers dan alleen dat laatste in haar brief. Wil ze een nieuwe motie uitlokken van Mona Keijser voor een beroepsverbod van toezichthouders? Bovendien suggereert de term ‘onder de maat’ dat er een maat/een meetlat is waaraan je kunt toetsen of iemand een goede bestuurder is. De NVZD werkt daaraan met haar accreditatie van bestuurders, maar dat wil nog niet zeggen dat er een maatschappelijke ‘maat’ is, waaraan je de kwaliteit van bestuurders kunt afmeten.

In een artikel in het FD van 27 februari 2017 schrijven Schuit en Jaspers in algemene zin dat goed bestuur en goed toezicht een kwestie van mensenwerk is en niet van meer regels. Daar kun je niet tegen zijn. Maar beide heren met een pure ‘corporate’ blik schrijven zo maar tussendoor even op dat semipublieke instellingen meer ervaren bestuurders en toezichthouders nodig hebben. Baarlijke nonsens en hoe weten de heren dat, hebben ze dat onderzocht? Nog erger wordt het als ze een paar zinnen verder zeggen dat die ervaren bestuurders en toezichthouders in ruime mate aanwezig zijn bij commerciële ondernemingen en dat die mensen meer functies in de semipublieke sector zouden moeten vervullen. Dat doen die mensen al volop en dat is niet altijd een succes. Tegenover een succesvolle Bijenkorf directeur, die van 2 ziekenhuizen Bijenkorven maakte, staat een hele serie stoere mannen uit het bedrijfsleven, die jammerlijk mislukt zijn als zorgbestuurder, omdat ze niets van de complexiteit begrepen. Nog steeds hebben we last van hotemetoten uit het bedrijfsleven (en de politiek), die in hun nadagen toezichthouder in de zorg worden (om ‘iets goeds te doen voor de samenleving’) en na een half jaar vastlopen in onbegrip en ergernis over de complexiteit van die semipublieke sector, die ze even zouden gaan redden. Aan de andere kant zijn er veel bestuurders en toezichthouders uit andere sectoren, die het uitstekend doen. Het is echter niet vanzelfsprekend dat commerciële bestuurders en toezichthouders meer ervaring hebben en het beter zouden doen.
Het blijft mij verbazen dat zo vele mensen zeker weten dat het bestuur in de zorg slecht is en dat er ingegrepen moet worden. Natuurlijk zijn er goede en slechte bestuurders in de zorg, maar overall is de kwaliteit van bestuur en toezicht in de zorg niet beter of slechter dan in andere sectoren. Laten we eens ophouden zo veel energie te stoppen in een niet bestaand probleem.

Laat een reactie achter