Home » Governancedocumenten: waaraan uw stukken moeten voldoen » Governancedocumenten in de zorg

Governancedocumenten in de zorg

Governancedocumenten zorg: een tandem tegen een muur, twee zadels op één frame.
Governancedocumenten in de zorg dragen twee regimes tegelijk: het rechtspersonenrecht en de zorgregels.

De governancedocumenten in de zorg moeten meer regelen dan Boek 2 BW vraagt. Bovenop het gewone rechtspersonenrecht ligt een tweede laag: de Wtza, de Wkkgz, de Wmcz 2018, de Wmg, de WNT en de Governancecode Zorg 2022. Hieronder staat wat die laag toevoegt, met per punt de bepaling waar het op berust. Wat voor élke rechtspersoon geldt, staat op Eisen aan de statuten en op de hub.

Voor bestuurders, toezichthouders en bestuurssecretarissen van een zorgorganisatie die willen weten wat er bovenop de gewone eisen komt.

Zoekt u eerst een inventaris van alle stukken, met per document of het wettelijk, door de code of in de praktijk verplicht is? Gebruik dan de checklist governancedocumenten voor zorgorganisaties.

Wat dit document is en waarom het telt

Een zorgorganisatie wordt op twee sporen beoordeeld. Het eerste spoor is het rechtspersonenrecht: statuten, reglementen, bevoegdheden. Het tweede is de zorgspecifieke regelgeving, met eigen toezichthouders erbij. De NZa, de IGJ en het CIBG kijken elk naar een ander deel van dezelfde stukken.

Daar komt de Governancecode Zorg 2022 bij. Principe 1 vraagt dat de organisatie de code toepast en dat vastlegt in statuten en reglementen. De code is dus geen los document naast de akte. Zij werkt door in de bepalingen over toezicht, benoeming, belangenverstrengeling en verantwoording.

Het gevolg is dat een op zichzelf correcte akte in de zorg toch tekortschiet. Zij mist dan niet iets uit Boek 2 BW, maar iets uit de tweede laag.

Wat erin moet staan

Wat vastgelegd of aantoonbaar moet zijnBron
Toelatingsvergunning, of onderbouwing waarom die niet geldtartikel 4 Wtza
Melding van toetreding en van wijzigingenartikel 2 Wtza
Interne toezichthouder van ten minste drie natuurlijke personenartikel 3 Wtza
Onafhankelijkheid van de interne toezichthouderartikel 8 Uitvoeringsbesluit Wtza
Klachtenregeling, klachtenfunctionaris en erkende geschilleninstantieartikelen 13 tot en met 21 Wkkgz
Meldcode en vergewisplicht bij aanstellingartikel 4 Wkkgz
Cliëntenraad, met advies- en instemmingsrechten in de besluitvormingartikelen 7 en 8 Wmcz 2018
Voordrachtsrecht van de cliëntenraad voor één lid van de RvTartikel 10 Wmcz 2018
Eigendoms-, zeggenschaps- en bevoegdhedenstructuur op schriftartikel 40a Wmg
Openbare jaarverantwoording, tijdig gedeponeerdartikel 40b Wmg
Toepassing van de code in statuten en reglementenprincipe 1 Governancecode Zorg 2022

Drie onderwerpen uit deze rij hebben een eigen pagina in de governance-vragenbank en blijven hier kort. Of u vergunningplichtig bent, hangt sinds de wijziging van artikel 4 Wtza af van het soort zorg. De openbare jaarverantwoording van artikel 40b Wmg kent een eigen deponeringstermijn en een eigen route. En de WNT stelt een maximum aan de bezoldiging van bestuurders en toezichthouders, met een klasse-indeling die u jaarlijks herijkt (artikelen 2.1, 2.3 en 2.7 WNT). Die gegevens moeten ook op internet staan en zeven jaar toegankelijk blijven (artikelen 4.1 en 4.2 WNT).

Heeft uw organisatie vijftig of meer medewerkers, dan komt daar de ondernemingsraad bij (artikelen 2, 24, 25 en 30 WOR).

Wat de Wtza vraagt van uw governancedocumenten in de zorg

De Wtza raakt de stukken op drie plaatsen. Eerst de samenstelling: het interne toezicht bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen (artikel 3 Wtza). Vervolgens de onafhankelijkheid, die artikel 8 van het Uitvoeringsbesluit uitwerkt. Een toezichthouder is niet tevens bestuurder of werknemer en heeft geen onpassend financieel belang.

Het derde punt wordt het vaakst gemist. Het toezicht moet reiken tot het niveau waar de beslissingen werkelijk vallen. Dat volgt uit artikel 9 lid 1 en 2 van het Uitvoeringsbesluit Wtza, uit de nota van toelichting (Stb. 2021, 159) en uit bepaling 4.1.1 van de code. In een groep betekent dit dat elke vergunningplichtige rechtspersoon eigen intern toezicht heeft (artikel 3 lid 1 juncto artikel 4 Wtza).

Loopt de besluitvorming via een holding of een servicebedrijf, dan moet u dat zichtbaar maken. Artikel 40a Wmg vraagt bovendien dat de eigendoms- en zeggenschapsstructuur schriftelijk is vastgelegd, evenals de scheiding tussen zorggeld en overige middelen.

Wat de Governancecode Zorg 2022 bovenop de wet vraagt

De code is een codenorm, geen wet. Toepassing ervan is wel de norm waarop u wordt aangesproken.

  • De maatschappelijke doelstelling en de legitimatie zijn statutair verankerd (bepaling 2.1).
  • Er is een gedragscode en een belegde aanspreekcultuur (principe 2).
  • Belangenverstrengeling is geregeld conform bepaling 2.6, inclusief transacties met verbonden partijen. Denk aan vastgoed, management fees, leningen en inhuur via eigen BV's. RJ 655 vraagt daarover verantwoording.
  • Er is één eindverantwoordelijk bestuur (principe 5), met aandacht voor professionele ontwikkeling en accreditatie (bepaling 5.5).
  • De RvT evalueert zijn functioneren ten minste jaarlijks buiten aanwezigheid van de raad van bestuur, en laat dat eens per drie jaar extern begeleiden (bepaling 7.3.1).
  • De RvT bepaalt zijn honorering binnen de grenzen van de WNT en niet afhankelijk van resultaten (bepaling 6.2.4).
  • De commissies worden jaarlijks geëvalueerd en hun reglementen geactualiseerd (bepaling 6.6 en principe 7).

Twee normen zijn van ons en niet van de wetgever. Wij adviseren om kwaliteit en veiligheid van zorg in de statutaire taakomschrijving en in de goedkeuringslijst te laten terugkomen; de wet schrijft die plaats niet voor. Datzelfde geldt voor de gereedheid voor de Wibz. Dat wetsvoorstel (kamerstuk 36686) is per juli 2026 niet in werking en de behandeling ligt stil.

Wat er in de praktijk het vaakst niet klopt

De code wordt genoemd maar niet geregeld. Eén verwijzing in de akte, en verder niets over toezicht, belangenverstrengeling of verantwoording. Dat is geen toepassing in de zin van principe 1.

Het toezicht houdt op waar de beslissingen beginnen. De stichting heeft een raad van toezicht, de dochter waar het geld omgaat niet. Artikel 9 van het Uitvoeringsbesluit Wtza vraagt het omgekeerde.

De stukken verwijzen nog naar het vervallen WTZi-regime. Toelatingen, begrippen en artikelnummers die niet meer bestaan blijven staan in oude reglementen.

De WNT-klasse is ooit vastgesteld en nooit herijkt. Artikel 2.7 WNT vraagt een indeling op complexiteitspunten die u jaarlijks opnieuw bepaalt.

De zelfevaluatie mist de externe ronde. Jaarlijks evalueren gebeurt, de externe begeleiding eens per drie jaar niet (bepaling 7.3.1).

Veelgestelde vragen

Hebben wij een Wtza-vergunning nodig?

Dat hangt af van het soort zorg dat u levert (artikel 4 Wtza en het Uitvoeringsbesluit Wtza). Levert u die zorg niet, dan hoort in het dossier een onderbouwing waarom de vergunningplicht niet geldt. De vraag is apart uitgewerkt in de governance-vragenbank.

Moeten wij een interne toezichthouder hebben?

Artikel 3 Wtza stelt die eis, met een grens die het Uitvoeringsbesluit invult. Het orgaan bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen. In een groep geldt de eis per vergunningplichtige rechtspersoon.

Moet de Governancecode Zorg in onze statuten staan?

De code vraagt dat u haar toepast en dat vastlegt in statuten en reglementen (principe 1). Een enkele verwijzing is dun. De inhoud moet terugkomen in de bepalingen zelf.

Wat regelt de Wmcz 2018 over de raad van toezicht?

Artikel 10, zoals gewijzigd per 1 januari 2024, geeft de cliëntenraad het recht één lid van de RvT voor te dragen. Dat recht moet statutair kloppen. De cliëntenraad heeft daarnaast advies- en instemmingsrechten (artikelen 7 en 8) en toegang tot de enquêteprocedure (artikel 12).

Geldt de WNT ook voor een interim-bestuurder?

Ja, met eigen regels voor de eerste twaalf maanden. Ook topfunctionarissen zonder dienstbetrekking horen in de WNT-verantwoording. In concernverband kijkt u over alle groepsrechtspersonen heen.

Moeten wij nu al iets doen met de Wibz?

Nee. Wetsvoorstel 36686 is per juli 2026 niet in werking en de behandeling ligt stil. Wij adviseren wel om de transacties met verbonden partijen nu al op orde te hebben, omdat bepaling 2.6 van de code daar los van de Wibz om vraagt.

Wat moeten wij regelen bij een fusie of overname?

De zorgspecifieke concentratietoets van de NZa (artikel 49a en volgende Wmg), waar nodig naast het toezicht van de ACM. Bij de aanvraag hoort een rapport over de verwachte effecten. Artikel 49b lid 2 Wmg noemt de acht onderwerpen waarin dat rapport ten minste inzicht biedt.

Hebben zorgverleners invloed op het beleid?

Ja. Artikel 3 lid 2 Wkkgz geeft hun die invloed sinds 1 juli 2023. De vormgeving van een professioneel adviesorgaan is een codenorm (bepalingen 2.4 en 3.1) en geen wettelijke structuur.

Verwante governancedocumenten

In het woordenboek

Governance-vragen uit de praktijk

Bronnen

Gecontroleerd op 8 september 2026.

Weet u of uw governancedocumenten kloppen?

De governance-scan toetst statuten, reglementen, roosters en jaarstukken, en kijkt ook of zij onderling kloppen.

Bekijk de governance-scan Gratis governance-check

Liever eerst zelf aan de slag? Kijk dan bij de gratis online instrumenten van C3.