Governance in social-profit en maatschappelijke organisaties
Sinds 1 juli 2021 geldt de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen voor elke stichting, vereniging en coöperatie in Nederland, en daarmee voor de governance van vrijwel elke maatschappelijke organisatie buiten de zorg. Vijf jaar later kom ik nog altijd statuten tegen waarin de belet- en ontstentenisregeling ontbreekt die die wet voorschrijft, en besturen die niet weten dat hun tegenstrijdigbelangregeling sindsdien anders werkt. Niet uit onwil. Er was geen moment waarop iemand het bord omhoog hield.
Dat is het patroon buiten de zorg. Zorgorganisaties hebben een inspectie, een toelatingsvergunning en een code met een handhavende partij erachter. Een welzijnsstichting, een cultuurinstelling, een koepelvereniging of een fonds heeft dat allemaal niet, en moet zichzelf de vraag stellen die daar van buiten wordt opgelegd.
Wie waarover gaat, ook zonder raad van toezicht
Veel maatschappelijke organisaties hebben geen raad van toezicht maar één bestuur dat zowel bestuurt als op zichzelf toeziet. Sinds de WBTR mag dat formeel: het monistische model, waarbij uitvoerende en toezichthoudende bestuurders in hetzelfde orgaan zitten. Het is een geldige keuze, maar het legt de scheiding tussen besturen en toezicht houden binnen één vergadertafel — en dan moet het reglement doen wat elders de statuten doen.
De vraag is dus niet welk model het beste is. De vraag is of uw statuten, uw reglement en uw praktijk hetzelfde model beschrijven. In het governancedossier van een organisatie die in lagen is gegroeid, is dat zelden zo. De statuten komen van de oprichting, het reglement van een adviseur die tien jaar geleden langskwam, en de praktijk van de vorige voorzitter.
Welke code voor u geldt
Er is geen algemene code voor maatschappelijke organisaties. Er zijn er veel, per sector, en ze zijn de afgelopen jaren vrijwel allemaal herzien.
| Sector | Code | Versie |
|---|---|---|
| Sociaal werk | Governancecode Sociaal Werk | 2025, vastgesteld 11 november 2025 |
| Wonen | Governancecode Woningcorporaties | 2025 |
| Cultuur | Governance Code Cultuur | actuele versie via Cultuur+Ondernemen |
| Goede doelen | Erkenningsregeling CBF | doorlopend |
| Zorg en welzijn | Governancecode Zorg | 2022 |
Werkt u in meer dan één domein — een welzijnsorganisatie die ook gesubsidieerde zorg levert, een cultuurinstelling met een ANBI-status — dan gelden er twee tegelijk. Ze spreken elkaar zelden tegen, maar ze vragen verschillende dingen op verschillende momenten, en de zelfevaluatiebepaling is nergens hetzelfde.
Daarbovenop staat wat de wet hoe dan ook eist: Boek 2 BW, de WBTR, en bij een ANBI de publicatieplicht. Dat deel is niet vrijblijvend. Wat de WBTR in uw statuten verandert staat in een apart stuk.
Valt u onder de Governancecode Sociaal Werk 2025, dan kunt u zelf nagaan of uw akte die code aankan: twintig punten om uw statuten naast de code te leggen, gratis en ook als invulbare pdf.
Waar het in de praktijk misgaat
Vier dingen zie ik telkens terug.
De statuten en de praktijk lopen uiteen. Er staat een goedkeuringslijst in de statuten die niemand meer hanteert, of het bestuur besluit over bedragen waarvoor formeel goedkeuring nodig is. Dat valt niemand op tot het moment dat een besluit wordt aangevochten — en dan is het een geldigheidsvraag.
Het toezicht is niet belegd maar verondersteld. Bij een bestuur zonder raad van toezicht is toezicht iets wat iedereen geacht wordt te doen en dus niemand doet.
De zelfevaluatie meet zich aan een verouderd kader. Elke code vraagt erom, bijna niemand vraagt zich af waartegén wordt geëvalueerd. De zelfevaluatie die zich meet aan een reglement uit 2014 meet zich aan een organisatie die niet meer bestaat.
Vrijwilligers en betaalde krachten zitten in hetzelfde orgaan. Dat is in verenigingsland normaal en het werkt vaak goed, tot er een besluit langskomt waarbij de een wel en de ander geen belang heeft. Dan blijkt de tegenstrijdigbelangregeling nooit te zijn nagekeken.
Wat wij doen
Wij toetsen het hele documentenhuis: statuten, reglementen, profielschetsen, het rooster van aftreden, het informatieprotocol en de jaarstukken. Eerst elk document op wet en code, daarna de documenten op elkaar. Wat u terugkrijgt is één rapport met een verbeteragenda, en een gespreksagenda voor de eerstvolgende evaluatie. Hoe zich dat verhoudt tot goed bestuur in bredere zin, staat op de themapagina.
Wilt u eerst weten of er iets aan de hand is, begin dan met de gratis statutenscan. Ligt de vraag breder dan de statuten, dan is de volledige governance-scan de aangewezen route. Het tarief staat op de pagina en verandert niet achteraf.
Een verkennend gesprek kan ook. Meestal weet u binnen twintig minuten of dit uw vraag is.