Home » Governance-vragen uit de praktijk » Wij zijn jeugdhulpaanbieder — welk intern toezicht is sinds 1 januari 2026 verplicht?

Wij zijn jeugdhulpaanbieder — welk intern toezicht is sinds 1 januari 2026 verplicht?

Intern toezicht jeugdhulp: twee slagbomen achter elkaar op dezelfde weg, de voorste omhoog en de achterste omlaag.
Intern toezicht in de jeugdhulp: de tweede slagboom

Intern toezicht in de jeugdhulp is sinds 1 januari 2026 wettelijk verplicht: vanaf elf jeugdhulpverleners bij hulp met verblijf, vanaf zesentwintig bij ambulante hulp, en voor gecertificeerde instellingen ongeacht hun omvang. De inspectie was het eerste halfjaar coulant. Sinds 1 juli 2026 handhaaft zij, met de last onder dwangsom als eerste instrument.

Voor: bestuurders van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen, en hun bestuurssecretarissen.

Waar het over gaat

Op 1 januari 2026 trad paragraaf 4.4 van de Jeugdwet in werking, samen met de artikelen 4.0a.1 tot en met 4.0a.5 van het Besluit Jeugdwet. Sindsdien heeft de jeugdhulp een eigen regeling voor intern toezicht, naast die van de Wtza. Dat 'naast' is precies waar het scheef gaat.

Stelt u zich twee slagbomen voor op dezelfde weg. In juli 2025 ging de eerste omhoog: het Uitvoeringsbesluit Wtza verhoogde de drempel voor ambulante zorg van meer dan vijfentwintig naar meer dan vijftig zorgverleners. Een flink aantal aanbieders reed door en ging ervan uit dat het onderwerp van tafel was. Een halfjaar later kwam de tweede slagboom naar beneden, en die hangt lager dan de eerste.

Wanneer intern toezicht in de jeugdhulp verplicht is

De inspectie noemt drie groepen. Jeugdhulpaanbieders met elf of meer jeugdhulpverleners die hulp met verblijf leveren. Jeugdhulpaanbieders met zesentwintig of meer jeugdhulpverleners in de ambulante hulp. En alle gecertificeerde instellingen, waar geen omvangsdrempel voor geldt. Uitgezonderd zijn aanbieders die uitsluitend vervoer verzorgen, en gemeenten.

De eisen aan het orgaan zelf zijn concreter dan veel mensen verwachten:

  • Minimaal drie personen — benoemd voor ten hoogste vier jaar, eenmaal herbenoembaar, dus maximaal acht jaar.
  • Een ervaringsdeskundig lid — iemand die zelf jeugdhulp ontving, ouder is van iemand die jeugdhulp ontving, of jeugdarts, hulpverlener of medewerker van een gecertificeerde instelling is of was.
  • Aantoonbare onafhankelijkheid — geen andere vergoeding dan die voor het toezicht, geen functie in het management, geen familieband met de leiding, geen zakelijk of financieel belang.
  • Een profielschets — expliciet voorgeschreven in artikel 4.0a.4 van het Besluit Jeugdwet.
  • Een informatieplicht — ten minste jaarlijks schriftelijk over strategie, risico's en het beheers- en controlesysteem.

Dat ervaringsdeskundige lid kent de Wtza niet. Het is de bepaling die in de praktijk het meeste werk kost.

Waar het in de praktijk misgaat

De eerste fout is de gemiste slagboom. Een ambulante jeugdhulpaanbieder met dertig hulpverleners viel sinds 1 juli 2025 niet meer onder de Wtza-eis en heeft toen opgelucht een streep gezet door het agendapunt. Sinds 1 januari 2026 valt diezelfde organisatie wél onder de Jeugdwet. Op dit punt is de Jeugdwet strenger dan de Wtza.

De tweede fout is werven op de valreep. Een ervaringsdeskundig lid vindt u niet in de kaartenbak van een searchbureau, en drie geschikte mensen bij elkaar krijgen kost maanden. De derde fout is dat niemand kan uitleggen hoe er geteld is. Of zzp'ers en ingehuurde krachten meetellen, en of het om koppen of om fte gaat, staat nergens ondubbelzinnig omschreven. Wie zijn eigen telling niet op papier heeft, staat bij een inspectiebezoek met lege handen.

Hoe ver het kan komen, laat de jeugdhulp in de regio Apeldoorn zien. In het rapport over het Hoenderlooterrein van 30 maart 2026 constateerde de inspectie dat gecertificeerde instellingen en gemeenten de jongeren nauwelijks bezochten, waardoor niemand goed zicht had op kwaliteit en veiligheid. Bij Schakenbosch in Leidschendam leidde datzelfde patroon op 4 februari 2026 tot verscherpt toezicht.

Wat u deze week doet

Leg vast hoeveel jeugdhulpverleners u telt, met welke definitie en op welke peildatum. Zet daarnaast wat uw statuten en reglementen nu regelen over intern toezicht: staat er niets, dan is een statutenwijziging nodig en dat kost een notaris en een vergaderronde. Maak de profielschets vóór u gaat werven, niet erna. En begin met de zoektocht naar het ervaringsdeskundige lid, want dat is de langste weg.

Wat mij betreft is de coulanceperiode van de inspectie averechts uitgepakt. Zes maanden 'stimulerend en agenderend' optreden heeft bij veel bestuurders geklonken als uitstel, terwijl het bedoeld was als aanloop. Die aanloop is voorbij.

Weet u zeker onder welke slagboom uw organisatie door rijdt?

Verwante begrippen

In het woordenboek

Verder lezen op deze site

Bronnen

  • Overheid.nl (2026). Besluit Jeugdwet, versie 1 januari 2026, artikelen 4.0a.1 tot en met 4.0a.5. wetten.overheid.nl
  • Ministerie van VWS (2025). Staatsblad 2025, 283: inwerkingtreding Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. officielebekendmakingen.nl
  • Ministerie van VWS (2025). Staatsblad 2025, 147: verhoging van de norm voor intern toezicht in het Uitvoeringsbesluit Wtza. officielebekendmakingen.nl
  • Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (2026). Toezicht op intern toezicht, 2 januari 2026. igj.nl
  • Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (2026). Verscherpt toezicht Schakenbosch, Leidschendam, 4 februari 2026. igj.nl

Bijgewerkt op 20 augustus 2026. Wetgeving en codes veranderen; controleer bij een lopend dossier altijd de versie die op uw organisatie van toepassing is.

Weet u of u eronder valt?

Met de Dossiercoach legt u dit ene dossier voor en krijgt u binnen drie werkdagen een schriftelijk advies: uw telling, uw statuten en de stap die u nu moet zetten. Vaste prijs: € 1.200. Wilt u eerst breder kijken, doe dan de gratis governance-check van twaalf vragen.

Leg uw dossier voor Doe de gratis check