Hoe houdt de raad van toezicht toezicht op kwaliteit en veiligheid van zorg?
Toezicht op kwaliteit is geen bijvak van de raad van toezicht. Het Kader Goed Bestuur van de IGJ en de NZa zegt het namelijk in één zin. De raad van toezicht houdt toezicht op de kwaliteit van de zorgverlening en op de resultaten van de bedrijfsvoering. En wel in die volgorde.
Voor: leden van de raad van toezicht in zorg en welzijn, en bestuurders die hun kwaliteitsrapportage willen verbeteren.
Waar het over gaat
De Wkkgz legt de kwaliteitsplicht bij de zorgaanbieder. Artikel 2 verplicht tot goede zorg: veilig, doeltreffend, doelmatig, cliëntgericht en tijdig. Daarnaast gaat artikel 3 over de inrichting. De aanbieder organiseert de zorgverlening zó, en verdeelt verantwoordelijkheden en bevoegdheden zó, dat dit redelijkerwijs tot goede zorg móet leiden. Dat artikel is daarmee de haak voor de raad van toezicht. Inrichting is namelijk toezichtsmateriaal.
Een rookmelder is nuttig. Hij piept als er iets brandt en hij kost weinig. Maar wie alleen op de rookmelder vertrouwt, weet niet dat de nooduitgang al drie maanden geblokkeerd is. Zo werkt de kwaliteitsrapportage ook: die is de rookmelder. De ronde door het gebouw moet u echter zelf lopen.
De cyclus die de wet eist
Artikel 7 van de Wkkgz beschrijft geen rapportage maar een gesloten cyclus, in drie stappen. Eerst verzamelt en registreert u systematisch gegevens over de kwaliteit. Vervolgens toetst u systematisch of de uitvoering van artikel 3 tot goede zorg leidt. Daarna verandert u die uitvoering zo nodig op basis van die toets. De gegevens moeten bovendien vergelijkbaar zijn met die van andere aanbieders van dezelfde categorie.
Dat geeft u drie concrete vragen. Waar komen deze cijfers vandaan? Welke conclusie trok u eruit? En wat is er daarna veranderd? Die laatste vraag wordt zelden gesteld en bijna nooit beantwoord.
Daarnaast eist artikel 9 een schriftelijke interne procedure voor signalen van incidenten. En artikel 11 verplicht tot onverwijlde melding aan de IGJ van drie categorieën. Namelijk iedere calamiteit, geweld in de zorgrelatie, en het beëindigen van een overeenkomst met een zorgverlener wegens ernstig tekortschieten. Een calamiteit is volgens artikel 1 een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis. Zo'n gebeurtenis heeft betrekking op de kwaliteit van de zorg. Bovendien leidt zij tot de dood of tot een ernstig schadelijk gevolg voor een cliënt.
De termijnen die door elkaar lopen
Hier gaat het in vergaderingen vaak mis, dus even precies. De wet zegt namelijk onverwijld en noemt geen aantal dagen. De IGJ vult dat vervolgens in. Is vastgesteld dat het om een calamiteit gaat? Dan meldt u binnen drie werkdagen. Twijfelt u of het een complicatie, een incident of een calamiteit is? Dan hebt u vanaf de constatering zes weken om dat te onderzoeken. En ná de melding krijgt u acht weken voor eigen onderzoek naar de feiten. Dat staat in artikel 8.7 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz, en is verlengbaar op verzoek.
Drie werkdagen, zes weken, acht weken — dat zijn dus drie verschillende klokken. Wie ze door elkaar haalt, meldt te laat.
Hoe reëel is dit? In 2025 ontving de IGJ 6.290 verplichte meldingen, waarvan 1.790 calamiteiten. Zij gaf 138 waarschuwingen en 26 aanwijzingen. Bovendien stelde zij zeventien keer verscherpt toezicht in.
Wat u deze week doet
Pak de laatste kwaliteitsrapportage erbij en zoek naar de derde stap van artikel 7. Wat is er veranderd? Vindt u dat niet, vraag er dan om. Bovendien is de kalender van calamiteitenmeldingen van het afgelopen jaar de moeite waard. Zet daarin per melding de datum van constatering, de datum van melding en de datum waarop het onderzoek bij de IGJ lag. Dat is een half A4. Het vertelt u echter meer over de organisatie dan twintig pagina's indicatoren.
Gebruik daarnaast wat de wet u geeft. Artikel 11 van de Wmcz 2018 verplicht de raad van toezicht en de cliëntenraad tot jaarlijks overleg. Dat is geen beleefdheid, maar een informatiebron. Bepaling 5.6 van de Governancecode Zorg 2022 gaat over contact met functionarissen en medezeggenschapsorganen. De raad van bestuur faciliteert dat op uw verzoek. En bepaling 6.4.4 staat u toe met een commissie uit uw midden te werken. Verplicht is dat echter niet.
Mijn oordeel: wie kwaliteit alleen via de bestuurder ziet, ziet de kwaliteit van de rapportage. Niet die van de zorg. Het verschil merkt u dan pas als het te laat is.
Wanneer sprak u voor het laatst iemand die zelf zorg verleent?
Verwante begrippen
In het woordenboek
- Wkkgz
- Calamiteit
- Calamiteitenonderzoek
- Veilig incident melden
- Commissie kwaliteit en veiligheid
- Kwaliteitskader
Verder lezen op deze site
Bronnen
- Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, artikelen 1, 2, 3, 7, 9 en 11. wetten.overheid.nl
- Uitvoeringsbesluit Wkkgz, artikel 8.7 (acht weken eigen onderzoek). wetten.overheid.nl
- IGJ. Melding doen van een calamiteit — drie werkdagen en zes weken. igj.nl
- IGJ en NZa (2022). Kader toezicht op goed bestuur, versie mei 2022. igj.nl
- IGJ (2026). Jaarbeeld 2025 — meldingen en maatregelen. igj.nl
- Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018, artikelen 10 en 11. wetten.overheid.nl
Bijgewerkt op 21 augustus 2026. Kaders en termijnen veranderen; controleer bij een concrete melding altijd de actuele informatie van de IGJ.
Wilt u scherper zicht op kwaliteit?
C3 richt de informatiepositie van de raad van toezicht op kwaliteit en veiligheid opnieuw in, van toetsingskader tot rapportage. Hebt u één concrete vraag, over een calamiteitenrapportage of over uw eigen rol daarin? Leg die dan voor met de Dossiercoach. Binnen drie werkdagen schriftelijk antwoord, vaste prijs € 1.200.