Wat doet u bij een tegenstrijdig belang in bestuur of raad van toezicht?
Bij een tegenstrijdig belang is melden niet genoeg. Sinds 1 juli 2021 verbiedt de wet u om deel te nemen aan de beraadslaging én de besluitvorming. Wie toch meepraat, maakt het besluit vernietigbaar — en wie een ander ten onrechte buitensluit, trouwens ook.
Voor: bestuurders en toezichthouders van zorg- en welzijnsorganisaties, en secretarissen die de besluitvorming vastleggen.
Waar het over gaat
De WBTR maakte van tegenstrijdig belang een besluitvormingsregel. Voor de stichting geldt artikel 2:291 lid 6 BW voor bestuurders. En artikel 2:292a lid 7 BW voor toezichthouders. Voor de vereniging zijn dat artikel 2:44 lid 6 en artikel 2:47 lid 7 BW. De norm luidt telkens hetzelfde. Wie een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met dat van de organisatie, neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming.
Denk aan een lege stoel aan tafel. Niet de stoel van iemand die er niet is, maar van iemand die er wél is en toch niet meedoet. Dat voelt onhandig, en juist daarom gebeurt het vaak niet. Men meldt het, iedereen knikt begripvol, en de betrokkene blijft zitten en praat mee. Dat is precies de situatie waar de wet een streep door zet.
Wat er gebeurt als niemand mag meebeslissen
Daar voorziet de wet in. De route verschilt echter per rechtsvorm. Bij een stichting gaat het besluit naar de raad van commissarissen of raad van toezicht. Is die er niet? Dan besluit het bestuur alsnog, maar onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen. Kan de raad van toezicht van een stichting zelf niet besluiten? Dan besluit die raad eveneens onder schriftelijke vastlegging. Bij een vereniging valt de bevoegdheid daarentegen terug op de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen.
Die schriftelijke vastlegging is geen formaliteit. Zij is het enige bewijs dat u de regel hebt toegepast in plaats van omzeild.
En wat als het misgaat? Dan is het besluit vernietigbaar op grond van artikel 2:15 lid 1 sub a BW. De grond is strijd met bepalingen die de totstandkoming van besluiten regelen. Vernietiging loopt vervolgens via de rechtbank. De bevoegdheid vervalt bovendien een jaar nadat aan het besluit bekendheid is gegeven.
Te ruim toepassen is ook fout
De rechtbank Amsterdam maakte dat in december 2023 scherp. In die zaak was een bestuurder van de beraadslaging uitgesloten. De reden was dat hij er anders over dacht dan zijn medebestuurders. De rechtbank oordeelde echter dat een andere mening geen tegenstrijdig belang oplevert in de zin van artikel 2:291 lid 6 BW. Het besluit was daarom vernietigbaar.
De wettekst spreekt van een persoonlijk belang en beperkt zich niet tot geld. Een belang dat parallel loopt met dat van de organisatie is echter geen tegenstrijdig belang. Dat iemand ook lid of begunstiger is, evenmin. De Governancecode Zorg 2022 gebruikt in bepaling 2.6.1 een kwalitatieve maatstaf. Het belang moet zo zijn dat betrokkene de organisatie niet meer integer, objectief en onbevooroordeeld kan dienen.
Die code gaat op drie punten verder dan de wet. Ten eerste rekent zij ook de vóórbereiding tot wat u moet laten. Ten tweede eist zij melding aan de voorzitter van de raad van toezicht én aan de overige leden. Daarna besluit de raad van toezicht buiten aanwezigheid van betrokkene. Ten derde stelt zij eisen aan transacties met een tegenstrijdig belang. Die zijn marktconform, worden vooraf goedgekeurd door de raad van toezicht en worden in het jaarverslag gepubliceerd.
Wat u deze week doet
Loop de notulen van het afgelopen jaar door op het woord tegenstrijdig. Staat er ergens dat iemand een belang heeft gemeld? Kijk dan of er ook staat dat hij de vergadering heeft verlaten. En wie het besluit vervolgens heeft genomen. Ontbreekt dat, dan is het besluit aantastbaar.
Ververs daarna uw overzicht van nevenfuncties. Bepaling 6.5.5 van de code stelt twee eisen. Bestuurders vragen vooraf toestemming voor elke nevenfunctie, betaald of onbetaald. En de raad van toezicht vergewist zich ervan dat er geen belangentegenstellingen zijn die het toezicht belemmeren. Let daarbij op de klassieke zorgvarianten. Inhuur via een eigen vennootschap. Een managementvergoeding binnen de groep. Huur van vastgoed. Of ICT- en schoonmaakdiensten van een familielid. Dat zijn namelijk precies de voorbeelden die de wetgever in de toelichting bij de Wibz noemt.
Reken overigens niet op die Wibz. Het voorgestelde artikel 40c Wmg eist marktconformiteit bij transacties met verbonden partijen. Het ligt echter nog bij de Tweede Kamer en is niet in werking.
Mijn oordeel: de meeste schade ontstaat niet door kwade trouw maar door beleefdheid. Niemand wil de collega vragen de kamer te verlaten.
Wie verliet bij u het laatst de vergadering?
Verwante begrippen
In het woordenboek
- Tegenstrijdig belang
- Onafhankelijkheid
- Nevenfuncties
- Notulen en besluitvorming
- Integriteit en gedragscode
- Wibz
Verder lezen op deze site
Bronnen
- Staatsblad 2020, 507 — WBTR, met de artikelen 2:44 lid 6, 2:47 lid 7, 2:291 lid 6 en 2:292a lid 7 BW. officielebekendmakingen.nl
- Memorie van toelichting WBTR, kamerstuk 34491 nr. 3 (vernietigbaarheid, invulling van persoonlijk belang). officielebekendmakingen.nl
- Rechtbank Amsterdam, 20 december 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:8450. rechtspraak.nl
- Brancheorganisaties Zorg (2022). Governancecode Zorg 2022, bepalingen 2.6.1 t/m 2.6.3 en 6.5.5. governancecodezorg.nl
- Wet toetreding zorgaanbieders, artikel 3 lid 1 (onafhankelijkheid intern toezicht). wetten.overheid.nl
Bijgewerkt op 21 augustus 2026. Dit is algemene informatie en geen juridisch advies in een concreet geval.
Twijfelt u over een besluit dat al genomen is?
Leg het voor met de Dossiercoach. Binnen drie werkdagen krijgt u een schriftelijk oordeel. Houdt uw besluitvorming stand, en wat zou u moeten herstellen? Vaste prijs € 1.200.