Bindende voordracht
Het recht van een medezeggenschapsorgaan om een kandidaat voor te dragen voor benoeming in het toezichthoudende orgaan, waaraan de organisatie in beginsel is gebonden.
Governance Woordenboek · Belanghebbenden en medezeggenschap · juridische stand augustus 2026
De grondslag is kort. Artikel 10 van de Wmcz 2018 bestaat uit een zin. De instelling legt in haar statuten vast dat de cliëntenraad in de gelegenheid wordt gesteld een bindende voordracht te doen. Die voordracht geldt voor de benoeming van ten minste een lid van het toezichthoudende orgaan. Is de instelling geen rechtspersoon, dan legt zij het anderszins schriftelijk vast. Meer staat er niet.
Dat is opvallend, want de wet noemt geen enkele afwijzingsgrond. Die moeten dus uit de statuten komen, en uit de code. Bepaling 6.3.1 van de Governancecode Zorg 2022 verlangt dat een op voordracht benoemd lid voldoet aan de statutaire kwaliteitseisen en aan de profielschets, en onafhankelijk van de voordragende partij kan functioneren. Voldoet de kandidaat daar niet aan, dan kan de raad van toezicht van benoeming afzien en om een nieuwe voordracht vragen.
De ondernemingsraad heeft dit recht niet. De Wet op de ondernemingsraden kent geen voordrachtsrecht bij de benoeming van toezichthouders. Wat er in de zorg wel is, is een cao-afspraak. In de cao's van ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg, ggz en gehandicaptenzorg heeft de ondernemingsraad adviesrecht bij elke benoeming van een lid van de raad van toezicht.
Verwar de bindende voordracht ook niet met het versterkte aanbevelingsrecht van het structuurregime. Daar plaatst de raad van commissarissen een door de ondernemingsraad aanbevolen persoon op de voordracht, tenzij hij bezwaar maakt op twee in de wet genoemde gronden. Dat geldt bovendien alleen bij een NV of BV onder het structuurregime, en dus niet bij een zorgstichting.
Ook wel: voordrachtsrecht, voordrachtszetel.
Op wie is dit van toepassing?
Rechtsvormen
- Cliëntenraad: bindende voordracht voor ten minste een lid, artikel 10 Wmcz 2018
- Ondernemingsraad: geen voordrachtsrecht in de WOR; in de zorg-cao's wel adviesrecht
- Structuurregime: een versterkt aanbevelingsrecht, en dat is iets anders
Sectoren
Elke zorginstelling die onder de Wmcz 2018 valt, ongeacht rechtsvorm.
Wat een bindende voordracht betekent in de praktijk
Leg de afwijzingsgronden vast voordat de eerste kandidaat er is. Statutaire kwaliteitseisen en een actuele profielschets zijn het enige houvast dat u heeft wanneer u een voordracht niet wilt volgen. Ontbreken ze, dan wordt het gesprek onvermijdelijk een gesprek over de persoon, en dat is precies wat u wilt vermijden.
Het onafhankelijkheidsvereiste is geen formaliteit. Een op voordracht benoemd lid is geen afgevaardigde van de cliëntenraad en legt daar geen verantwoording aan af. Spreek dat bij de introductie uit, en herhaal het in de zelfevaluatie. Anders ontstaat er in de raad van toezicht ongemerkt een vertegenwoordigingslogica.
Artikel 10 Wmcz 2018 verplicht tot het vastleggen van het recht, niet tot het volgen van elke voordracht. Wat een aanvaardbare afwijzing is, bepalen de statuten en bepaling 6.3.1 van de code.
Verwante begrippen
In het woordenboek
- Cliëntenraad
- Medezeggenschapsregeling
- Enquêterecht van de cliëntenraad
- Kwaliteitszetel
- Ondernemingsraad
- Structuurregime
Verder lezen op deze site
Bronnen
- Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018, artikel 10. Geconsolideerde tekst op wetten.overheid.nl.
- Governancecode Zorg 2022, bepaling 6.3.1 en de toelichting bij paragraaf 6.3.
- Burgerlijk Wetboek Boek 2, artikelen 158 en 268 over het versterkte aanbevelingsrecht.
Wetteksten verwijzen naar de geconsolideerde versie op wetten.overheid.nl, geraadpleegd in augustus 2026.
Twijfelt u of dit bij u op orde is?
De governance-scan toetst statuten, reglementen en besluitvorming van uw organisatie aan wet, code en praktijk. U krijgt geen advies in algemene termen maar bevindingen op uw eigen documenten.