Enquêterecht van de cliëntenraad
De bevoegdheid van de cliëntenraad om de Ondernemingskamer te verzoeken een onderzoek te gelasten naar het beleid en de gang van zaken bij de zorgorganisatie.
Governance Woordenboek · Belanghebbenden en medezeggenschap · juridische stand augustus 2026
Artikel 12 van de Wmcz 2018 geeft de cliëntenraad een eigen ingang bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam. Voorwaarde is dat de instelling een rechtspersoon is in de zin van artikel 2:3 BW. Sinds 1 juli 2020 heeft de cliëntenraad daarmee een bevoegdheid die in het gewone vennootschapsrecht is voorbehouden aan aandeelhouders, leden en enkele anderen.
De constructie is elegant. Het tweede lid verklaart de artikelen 2:345 en 2:348 tot en met 2:359 BW van overeenkomstige toepassing. Wat daar niet bij staat is artikel 2:346, en juist daarin staat de limitatieve lijst van enquêterechtigden met hun kapitaal- en ledendrempels. Door dat artikel over te slaan en de bevoegdheid rechtstreeks in de Wmcz te scheppen, omzeilt de wetgever die drempels volledig.
Er geldt wel een voorwaarde vooraf, en die wordt vaak over het hoofd gezien. Artikel 2:349 lid 1 BW valt binnen het bereik dat wel van toepassing is verklaard. De verzoeker moet zijn bezwaren eerst schriftelijk kenbaar maken aan het bestuur en het toezichthoudende orgaan. Daarna moet zo veel tijd verstrijken dat de organisatie ze redelijkerwijs kon onderzoeken. De wet noemt daarbij geen aantal weken.
Het derde lid neemt een praktische drempel weg: de cliëntenraad die zo'n verzoek doet, kan niet in de proceskosten worden veroordeeld. De ondernemingsraad heeft dit alles niet. Hij komt in de wettelijke opsomming van enquêterechtigden niet voor. Wil een organisatie hem die bevoegdheid toch geven, dan kan dat alleen via de statuten of een overeenkomst.
Ook wel: enquêteprocedure cliëntenraad, recht van enquête.
Op wie is dit van toepassing?
Rechtsvormen
- Cliëntenraad: eigen wettelijk enquêterecht, artikel 12 Wmcz 2018
- Vereist dat de instelling een rechtspersoon is
- Ondernemingsraad: geen wettelijk enquêterecht, alleen statutair of contractueel
Sectoren
Zorgbreed, voor instellingen met een cliëntenraadsverplichting en rechtspersoonlijkheid.
Wat het enquêterecht van de cliëntenraad betekent in de praktijk
De schriftelijke bezwarenbrief is het scharnierpunt. Wie die stap overslaat, strandt op ontvankelijkheid, hoe sterk de zaak inhoudelijk ook is. Voor een raad van toezicht werkt het andersom. Komt zo'n brief binnen, behandel hem dan niet als een klacht maar als het begin van een procedure, en leg vast wat u ermee heeft gedaan.
Het enquêterecht is zelden het doel. In de praktijk is het vooral een drukmiddel dat werkt zolang het niet wordt gebruikt. Dat betekent dat de vraag voor het toezicht niet is of de cliëntenraad naar de Ondernemingskamer stapt, maar waarom hij zou overwegen dat te doen. Die vraag hoort in het jaarlijkse overleg thuis.
De uitsluiting van artikel 2:346 BW is precies waarom dit werkt. De kapitaaldrempels die gewone enquêteverzoekers moeten halen, gelden voor de cliëntenraad niet.
Verwante begrippen
In het woordenboek
- Cliëntenraad
- Ondernemingskamer
- Enquêterecht
- Bindende voordracht
- Medezeggenschapsregeling
- Commissie van vertrouwenslieden
Verder lezen op deze site
Bronnen
- Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018, artikel 12. Geconsolideerde tekst op wetten.overheid.nl.
- Burgerlijk Wetboek Boek 2, artikelen 345, 346 en 349. Geconsolideerde tekst op wetten.overheid.nl.
- Governancecode Zorg 2022, principe 3 over de invloed van belanghebbenden.
Wetteksten verwijzen naar de geconsolideerde versie op wetten.overheid.nl, geraadpleegd in augustus 2026.
Twijfelt u of dit bij u op orde is?
De governance-scan toetst statuten, reglementen en besluitvorming van uw organisatie aan wet, code en praktijk. U krijgt geen advies in algemene termen maar bevindingen op uw eigen documenten.