Home » Governance Woordenboek » Normenkaders, wetten en codes

Normenkaders, wetten en codes

De regels waaraan bestuur en toezicht zijn gebonden, en wie daarop toeziet.

Governance Woordenboek · thema · juridische stand augustus 2026

Besturen in zorg en welzijn gebeurt binnen een dicht net van wetten en codes. De Governancecode Zorg 2022 werkt via pas toe of leg uit; de Wtza, de Wkkgz, de Wmcz 2018 en de WNT werken dwingend. Het verschil tussen die twee is waar veel discussies in de raad van toezicht op stuklopen: van een code kunt u gemotiveerd afwijken, van een wet niet.

Daarnaast zijn er de stelselwetten die bepalen waar het geld vandaan komt en aan wie u verantwoording aflegt: de Zvw, de Wlz, de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Elk daarvan brengt een eigen opdrachtgever mee, een eigen verantwoording en een eigen toezichthouder. Organisaties die uit meerdere van deze stromen worden bekostigd, hebben daarmee ook meerdere governance-verplichtingen tegelijk.

IGJ en NZa vullen dat aan met het Kader Goed Bestuur. Dat is geen wet, maar wel de meetlat waarlangs een bestuur wordt gelegd zodra er iets misgaat. Wie het kader pas leest op het moment dat de inspectie belt, leest het te laat.

Wetgeving in dit veld beweegt. Bij elk begrip in dit woordenboek staat daarom de juridische stand vermeld, zodat u ziet van welk moment de tekst uitgaat.

De begrippen over normenkaders, wetten en codes

Van A tot en met K

  • ACM-concentratietoezicht — Het mededingingsrechtelijke toezicht van de Autoriteit Consument en Markt op fusies, overnames en volwaardige joint ventures die de omzetdrempels van de Mededingingswet halen.
  • Agency-theorie — De theorie die governance verklaart als het beheersen van het belangenconflict tussen een principaal die opdracht geeft en een agent die uitvoert.
  • AI-verordening — De Europese verordening die AI-systemen indeelt naar risico en per categorie verplichtingen oplegt aan aanbieders en aan gebruiksverantwoordelijken.
  • Anticumulatiebepaling WNT — De regel van artikel 1.6a WNT die de bezoldigingen bij elkaar optelt wanneer een topfunctionaris bij meerdere WNT-instellingen een dienstbetrekking als topfunctionaris heeft.
  • Autoriteit woningcorporaties — De toezichthouder op woningcorporaties, ondergebracht bij de Inspectie Leefomgeving en Transport en werkend in mandaat van de minister.
  • AVG in de zorg — De toepassing van de Algemene verordening gegevensbescherming op zorgorganisaties, met aanvullende eisen aan informatiebeveiliging en logging.
  • Bezoldigingsmaximum — Het wettelijke plafond voor de bezoldiging van een topfunctionaris in de publieke en semipublieke sector, jaarlijks geïndexeerd en bekendgemaakt voor 1 november van het jaar ervoor.
  • Code Goed Toezicht — De beroepsstandaard van de VTOI-NVTK voor intern toezicht in het onderwijs en de kinderopvang, opgebouwd rond zeven principes.
  • Corporate governance — Het geheel van structuren, spelregels en gedragingen waarmee een organisatie wordt bestuurd, waarop toezicht wordt gehouden en waarover verantwoording wordt afgelegd.
  • CSRD — De Europese richtlijn die grote ondernemingen verplicht tot gecontroleerde duurzaamheidsrapportage volgens Europese standaarden.
  • ESG — De verzamelterm voor drie beoordelingsgebieden waarop organisaties worden getoetst: milieu, sociale verhoudingen en bestuur.
  • Governancecode Funderend Onderwijs — De gezamenlijke code van de PO-Raad, de VO-raad en de VTOI-NVTK voor bestuur en intern toezicht in het primair en voortgezet onderwijs.
  • Governancecode Sociaal Werk — De gedragscode voor bestuur en toezicht bij sociaalwerk- en welzijnsorganisaties, gehouden door Sociaal Werk Nederland.
  • Governancecode Woningcorporaties — De sectorcode van Aedes en de VTW met waarden en normen voor het bestuur en de raad van commissarissen van een woningcorporatie.
  • Governancecode Zorg 2022 — De zelfreguleringscode van de Brancheorganisaties Zorg met zeven principes voor goed bestuur en toezicht in de Nederlandse zorg.
  • Governancecommissie Gezondheidszorg — De commissie die op verzoek van belanghebbenden vaststelt of een zorgorganisatie de Governancecode Zorg in een concreet geval juist heeft toegepast.
  • IGJ — De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, die toezicht houdt op de kwaliteit en veiligheid van zorg en jeugdhulp — en daarbij expliciet op goed bestuur.
  • Innovatie- en Adviescommissie — De commissie van de brancheorganisaties in de zorg die de kwaliteit, kennis en innovatie van governance in de sector bevordert en de Governancecode Zorg verder ontwikkelt.
  • Integraal Zorgakkoord — Het landelijke akkoord uit 2022 waarin veertien partijen en het ministerie van VWS afspraken maakten over passende zorg, regionale samenwerking en de beheersing van de zorguitgaven.
  • Jaarrekening — Het financiële verantwoordingsdocument dat het bestuur opmaakt en dat door het bevoegde orgaan wordt vastgesteld of goedgekeurd.
  • Jaarverantwoording zorg — De wettelijk verplichte openbare verantwoording waarmee zorgaanbieders jaarlijks inzicht geven in besteding van middelen, bedrijfsvoering en governance.
  • Jeugdwet — De wet die gemeenten verantwoordelijk maakt voor alle vormen van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering.
  • Kader Goed Bestuur — Het gezamenlijke toezichtkader van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Nederlandse Zorgautoriteit waarin staat wat zij van bestuurders en toezichthouders verwachten.
  • Klassenindeling WNT-zorg — Het puntensysteem waarmee een zorg- of jeugdhulpaanbieder zichzelf in een van vijf klassen indeelt, en dat daarmee het bezoldigingsmaximum voor haar topfunctionarissen bepaalt.
  • Kwaliteitskader — Een sectorbrede kwaliteitsstandaard die is opgenomen in het openbaar register van Zorginstituut Nederland en vastlegt wat vanuit cliëntperspectief nodig is om goede zorg te verlenen.
  • Kwaliteitsstatuut — Het openbare document waarin een aanbieder van geneeskundige ggz beschrijft hoe hij borgt dat de juiste hulp op de juiste plaats door de juiste zorgverlener wordt geleverd.

Van M tot en met Z

  • Meldplicht Wtza — De verplichting van iedere zorgaanbieder om zich bij de minister te melden voordat hij begint met het verlenen of laten verlenen van zorg.
  • Nederlandse Corporate Governance Code 2025 — De actuele gedragscode voor Nederlandse beursvennootschappen, die in de semipublieke sector veelvuldig als referentiekader wordt gebruikt.
  • NEN 7510 — De Nederlandse norm voor het organisatorisch en technisch inrichten van informatiebeveiliging in de zorg, die via een besluit voor zorgaanbieders verbindend is.
  • NZa — De Nederlandse Zorgautoriteit, die toezicht houdt op bekostiging, marktordening, transparantie en de rechtmatige uitvoering van de zorgwetten.
  • Pas toe of leg uit — Het handhavingsmechanisme van governancecodes waarbij een organisatie de bepalingen toepast of gemotiveerd uitlegt waarom zij daarvan afwijkt.
  • Private equity in de zorg — De verwerving van zeggenschap in zorgaanbieders door investeringsmaatschappijen die met vreemd vermogen financieren en het belang binnen enkele jaren weer willen verkopen.
  • Stewardship-theorie — De theorie die de bestuurder ziet als rentmeester wiens belangen samenvallen met die van de organisatie, en die daarom vertrouwen boven controle stelt.
  • Uitvoeringsbesluit Wtza — De algemene maatregel van bestuur die de Wtza uitwerkt: de uitzonderingen op de meld- en vergunningplicht en de concrete eisen aan het interne toezicht.
  • Vergunningplicht Wtza — De verplichting voor een instelling om over een toelatingsvergunning van de minister te beschikken voordat zij bepaalde vormen van zorg verleent of laat verlenen.
  • Vpb-zorgvrijstelling — De vrijstelling van vennootschapsbelasting voor lichamen die vrijwel uitsluitend zorg verlenen en hun winst alleen aan een vrijgesteld lichaam of een algemeen maatschappelijk belang kunnen besteden.
  • Wet bescherming klokkenluiders — De wet die werknemers beschermt die een misstand melden en werkgevers verplicht tot een interne meldprocedure.
  • Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) — De wet die sinds 1 juli 2021 de regels voor bestuur, toezicht, taakvervulling, tegenstrijdig belang en aansprakelijkheid uniformeert voor alle rechtspersonen.
  • Wet zorg en dwang — De wet die regelt wanneer en hoe onvrijwillige zorg mag worden verleend aan mensen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke beperking.
  • Wibz — Het wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders, dat de regels rond winstuitkering, tegenstrijdig belang en bedrijfsvoering aanscherpt.
  • Winstuitkering in de zorg — Het uitkeren van winst aan aandeelhouders of andere kapitaalverschaffers door een zorgaanbieder, dat voor een groot deel van de zorg bij wet is verboden.
  • Wkkgz — De Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, die de zorgaanbieder verplicht tot goede zorg, een klachtenregeling, een geschilleninstantie en het melden van calamiteiten.
  • Wlz — De Wet langdurige zorg, die de zorg regelt voor mensen die blijvend permanent toezicht of vierentwintig uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben.
  • Wmcz 2018 — De Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen, die cliëntenraden instelt en hun advies-, instemmings- en voordrachtsrechten regelt.
  • Wmg — De Wet marktordening gezondheidszorg, die de bevoegdheden van de Nederlandse Zorgautoriteit regelt op het gebied van tarieven, prestaties en markttoezicht.
  • Wmo 2015 — De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, die gemeenten verantwoordelijk maakt voor ondersteuning bij zelfredzaamheid en participatie.
  • WNT — De Wet normering topinkomens, die de bezoldiging van topfunctionarissen en toezichthouders in de publieke en semipublieke sector begrenst.
  • WNT-overgangsrecht — De regeling van artikel 7.3 WNT die een bestaande bezoldiging boven het maximum vier jaar respecteert en daarna in drie jaar terugbrengt tot het bedrag dat wel is toegestaan.
  • Wtza — De Wet toetreding zorgaanbieders, die sinds 1 januari 2022 meldplicht, vergunningplicht en eisen aan intern toezicht stelt aan zorgaanbieders.
  • Zorgspecifieke concentratietoets — De verplichte goedkeuring vooraf door de NZa van een concentratie waarbij een zorgaanbieder betrokken is die in de regel door vijftig of meer personen zorg doet verlenen.
  • Zvw — De Zorgverzekeringswet, die de verplichte basisverzekering en de zorgplicht van de zorgverzekeraar regelt.

51 begrippen in dit thema. Het volledige woordenboek telt 220 begrippen; zie het overzicht van A tot Z.

Waar het bij normenkaders vaak misgaat

De klassieke fout is pas toe of leg uit lezen als vrijblijvend. Dat is het niet: afwijken mag, maar dan wel gemotiveerd en zichtbaar. Een code-bepaling stilzwijgend naast u neerleggen is geen afwijking maar een tekortkoming, en zo wordt het bij een geschil ook beoordeeld.

Een tweede valkuil is de aanname dat de zwaarste code volstaat. De Governancecode Zorg dekt niet de Wtza, de Wtza dekt niet de WNT, en geen van drieen zegt iets over de Wmcz. Het zijn stapelbare verplichtingen, geen alternatieven.

Het overkoepelende normenkader voor bestuur en toezicht in de zorg is de Governancecode Zorg 2022.

De andere thema's

Twijfelt u of dit bij u op orde is?

De governance-scan toetst statuten, reglementen en besluitvorming van uw organisatie aan wet, code en praktijk. U krijgt geen advies in algemene termen maar bevindingen op uw eigen documenten.

Naar de governance-scan Doe eerst de gratis check