One-tier board
Het monistische bestuursmodel waarin uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders samen één bestuur vormen, met de toezichtstaak belegd bij de niet-uitvoerende leden.
Governance Woordenboek · Organen en rollen · juridische stand augustus 2026
Sinds de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) is het monistische model uitdrukkelijk mogelijk voor alle rechtspersonen, dus ook voor de stichting en de vereniging. Het bestuur bestaat dan uit uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders; de laatsten houden toezicht op de eerste, maar zijn en blijven bestuurder — met de volledige bestuurdersaansprakelijkheid van art. 2:9 BW die daarbij hoort.
De wet reserveert drie taken exclusief voor de niet-uitvoerende bestuurders: het voorzitterschap van het bestuur, het doen van voordrachten voor benoeming van bestuurders, en het vaststellen van de bezoldiging van de uitvoerende bestuurders. De taakverdeling wordt vastgelegd in de statuten of in een bestuursreglement.
Het model komt in de zorg vooral voor bij kleinere stichtingen, samenwerkingsverbanden en verenigingen waar een volwaardige raad van toezicht disproportioneel is. Het risico is spiegelbeeldig aan dat van het two-tier model: waar daar de afstand te groot kan worden, is hier de afstand structureel te klein. Wie in hetzelfde orgaan zit als degene op wie hij toezicht houdt, moet die rolwisseling expliciet organiseren — bijvoorbeeld door agendapunten en besluitvorming zonder de uitvoerende leden.
Ook wel: monistisch bestuursmodel.
Op wie is dit van toepassing?
Rechtsvormen
- Stichting — art. 2:291a BW, sinds de WBTR uitdrukkelijk mogelijk
- Vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij — vergelijkbare bepalingen
- NV en BV — art. 2:129a en 2:239a BW
- De niet-uitvoerende leden zijn en blijven bestuurder, met de volledige aansprakelijkheid van art. 2:9 BW
Sectoren
Niet sectorspecifiek. In zorg en welzijn komt het model vooral voor bij kleinere stichtingen, samenwerkingsverbanden en verenigingen waar een volwaardige raad van toezicht disproportioneel is. Let op: voor Wtza-plichtige instellingen moet het interne toezicht wel onafhankelijk zijn belegd.
Wat dit betekent in de praktijk
Bij een monistisch bestuur is de eerste controle of de niet-uitvoerende leden zich realiseren dat zij hoofdelijk aansprakelijk bestuurder zijn. In de praktijk denken zij vaak dat zij toezichthouder zijn met een lichter regime. Dat is niet zo, en dat besef verandert doorgaans onmiddellijk de kwaliteit van hun vragen.
Deze toelichting is algemene informatie en geen juridisch advies in een concreet geval. Voor een oordeel over uw eigen statuten, reglementen en besluitvorming is dossierkennis nodig.
Verwante begrippen
In het woordenboek
- Chair-CEO separation
- Meervoudig stemrecht
- Non-executive director
- Scheiding van bestuur en intern toezicht
- Structuurregime
- Two-tier board
- Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR)
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Statuten
- Eenhoofdig en meerhoofdig bestuur
Verder lezen op deze site
Bronnen
- Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie. (2021). Checklist WBTR voor besturen van kleine stichtingen en verenigingen (versie juni 2021). KNB. Item 2, met de drie taken die aan de niet-uitvoerende bestuurders zijn voorbehouden.
- Burgerlijk Wetboek Boek 2 (Rechtspersonen) Art. 2:291a BW; art. 2:9 BW.
- Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (Stb. 2020, 507) Inwerkingtreding 1 juli 2021.
Boeken zijn vermeld volgens de APA-richtlijn; wetteksten verwijzen naar de geconsolideerde tekst op wetten.overheid.nl. Terug naar de index van het Governance Woordenboek.
Twijfelt u of dit bij u op orde is?
De governance-scan toetst statuten, reglementen en besluitvorming van uw organisatie aan wet, code en praktijk. U krijgt geen advies in algemene termen maar bevindingen op uw eigen documenten.