Ontslag door de rechtbank
De mogelijkheid om een bestuurder of toezichthouder van een stichting door de rechter te laten ontslaan, op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie.
Governance Woordenboek · Rechtsvorm, statuten en bevoegdheden · juridische stand augustus 2026
Art. 2:298 BW is het correctiemechanisme voor het geval waarin de stichting zichzelf niet kan corrigeren. De rechtbank kan een bestuurder ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen, wegens een ingrijpende wijziging van omstandigheden waardoor het voortduren van zijn bestuurderschap in redelijkheid niet kan worden geduld, of wegens het niet opvolgen van een rechterlijk bevel op grond van art. 2:297 BW.
Sinds de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) is dit artikel op twee punten ingrijpend verruimd. De ontslaggronden zijn verbreed, en lid 4 verklaart de regeling van overeenkomstige toepassing op commissarissen — een lid van de raad van toezicht van een stichting kan dus op dezelfde voet worden ontslagen. Voor die tijd kon dat niet.
Lid 3 voegt een sanctie toe die vaak wordt onderschat: wie door de rechtbank is ontslagen, kan gedurende vijf jaar geen bestuurder of commissaris van een stichting worden, tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dit stichtingsverbod staat los van het civielrechtelijk bestuursverbod uit de Faillissementswet.
Wie is belanghebbende? Dat wordt ruim uitgelegd: medebestuurders, toezichthouders, in sommige gevallen een cliëntenraad of een financier. In zorgdossiers loopt de route in de praktijk vaker via het enquêterecht, omdat de Ondernemingskamer met onmiddellijke voorzieningen sneller en breder kan ingrijpen.
Ook wel: artikel 2:298 BW.
Op wie is dit van toepassing?
Rechtsvormen
- Stichting — art. 2:298 BW, op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie
- Sinds de WBTR van overeenkomstige toepassing op toezichthouders (art. 2:298 lid 4 BW)
- Gevolg: gedurende vijf jaar geen bestuurder of commissaris van een stichting (art. 2:298 lid 3 BW)
- Voor vennootschappen loopt de weg via de algemene vergadering of via het enquêterecht
Sectoren
Niet sectorspecifiek. In zorgdossiers wordt in de praktijk vaker gekozen voor de enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer, omdat die met onmiddellijke voorzieningen sneller en breder kan ingrijpen dan een verzoek tot ontslag van één persoon.
Wat dit betekent in de praktijk
Deze route is het instrument voor een raad van toezicht die zelf de bevoegdheid mist, of voor een bestuur waarvan de toezichthouders de organisatie blokkeren. Weeg hem af tegen de enquêteprocedure: de rechtbank ontslaat een persoon, de Ondernemingskamer kan de hele constellatie tijdelijk vervangen.
Deze toelichting is algemene informatie en geen juridisch advies in een concreet geval. Voor een oordeel over uw eigen statuten, reglementen en besluitvorming is dossierkennis nodig.
Verwante begrippen
In het woordenboek
- Schorsing en ontslag van een bestuurder
- Enquêterecht
- Onmiddellijke voorzieningen
- Raad van toezicht
- Onbehoorlijk bestuur
Verder lezen op deze site
Bronnen
- Hamers, J. J. A., Schwarz, C. A., & Zaman, D. F. M. M. (Red.). (2018). Handboek stichting en vereniging (3e herziene druk). Uitgeverij Paris. Hoofdstuk over ontslag door de rechter.
- Burgerlijk Wetboek Boek 2 (Rechtspersonen) Art. 2:297 en 2:298 BW, met lid 3 (vijfjaarsverbod) en lid 4 (toezichthouders).
Boeken zijn vermeld volgens de APA-richtlijn; wetteksten verwijzen naar de geconsolideerde tekst op wetten.overheid.nl. Terug naar de index van het Governance Woordenboek.
Twijfelt u of dit bij u op orde is?
De governance-scan toetst statuten, reglementen en besluitvorming van uw organisatie aan wet, code en praktijk. U krijgt geen advies in algemene termen maar bevindingen op uw eigen documenten.