Private equity in de zorg
De verwerving van zeggenschap in zorgaanbieders door investeringsmaatschappijen die met vreemd vermogen financieren en het belang binnen enkele jaren weer willen verkopen.
Governance Woordenboek · Normenkaders, wetten en codes · juridische stand augustus 2026
Begin bij de cijfers, want daar gaat het debat het vaakst mis. De Nederlandse Zorgautoriteit keurde in 2025 tweehonderdtwintig concentraties goed, en bij honderdnegentien daarvan was een private-equitypartij betrokken: vierenvijftig procent, tegen zesenveertig procent in 2024. Dat zijn goedgekeurde transacties, geen aantallen zorgaanbieders. Een openbare telling van zorgaanbieders met een private-equity-eigenaar bestaat niet.
Het onderzoek dat VWS in april 2024 liet uitvoeren, kwam tot een nuchtere uitkomst: op de onderzochte indicatoren bleken geen aantoonbare verschillen tussen zorginstellingen met en zonder private-equityparticipatie. Gemeten naar aandeel zorggeld, met 2022 als peiljaar, zit het zwaartepunt in de mondzorg en de kraamzorg. In de huisartsenzorg gaat het om minder dan een procent.
Juist die huisartsenzorg beheerst het politieke debat. Onderzoek van het Nivel uit 2024 stelde vast dat er in de Nederlandse huisartsenzorg vrijwel geen private-equitypartijen actief zijn. De Tweede Kamer heeft niettemin meermaals om een verbod in die sector gevraagd. Het kabinet wijst dat af wegens onvoldoende juridische onderbouwing en kiest voor voorwaarden aan winstuitkering en een meldplicht voor transacties met verbonden partijen.
Voor het toezicht is de bruikbaarste norm niet uit de zorg afkomstig. In de Estro-zaak stelde de Ondernemingskamer in 2023 wanbeleid vast rond een overname met geleend geld. Zij overwoog dat het bestuur zich telkens opnieuw moet afvragen of de concrete voorwaarden van zo'n overname met het belang van de vennootschap zijn te verenigen. Dat ging over kinderopvang, maar de vraag is dezelfde.
Ook wel: investeringsmaatschappij, durfkapitaal, PE.
Op wie is dit van toepassing?
Rechtsvormen
- Speelt alleen bij zorgaanbieders met aandelen: een BV of een NV
- Concentraties gaan langs de zorgspecifieke toets van de NZa
- Een stichting heeft geen aandeelhouders, maar kan wel dochter-BV's houden
Sectoren
Vooral mondzorg, kraamzorg, farmacie, paramedische zorg en ggz. In de huisartsenzorg vrijwel afwezig.
Wat private equity in de zorg betekent in de praktijk
Stel bij een overname vier vragen, en houd vol tot ze beantwoord zijn. Welke schuld komt op de balans van de zorgentiteit zelf terecht? Welke managementvergoedingen en leningen lopen er binnen de groep? Wat gebeurt er met het vastgoed? En wat is het scenario bij verkoop over vijf jaar? De eerste en de laatste vraag zijn de lastigste.
De zorgcode geeft een concreet aanknopingspunt bij een aandeelhouder. In het document Toepassing in specifieke situaties is bepaald dat de algemene vergadering bij besluiten over winstuitkering rekening houdt met de maatschappelijke doelstelling, en dat het uitkeringsbeleid als apart agendapunt wordt behandeld en verantwoord. Vraag daarom om dat agendapunt.
De cijfers van de NZa tellen goedgekeurde concentraties, niet zorgaanbieders. Wie ze omrekent naar een aandeel van de sector, extrapoleert.
Verwante begrippen
In het woordenboek
- Shadow director
- Winstuitkering in de zorg
- Wibz
- Zorgspecifieke concentratietoets
- ACM-concentratietoezicht
- Holding en tussenholding
- Bestuurlijke fusie
Verder lezen op deze site
Bronnen
- Nederlandse Zorgautoriteit, Informatiekaart Concentraties in de zorg over 2024 en 2025.
- Nivel, Organisatievormen in de Nederlandse huisartsenzorg, Utrecht 2024.
- Governancecode Zorg 2022, document Toepassing in specifieke situaties, sectie A.
Wetteksten verwijzen naar de geconsolideerde versie op wetten.overheid.nl, geraadpleegd in augustus 2026.
Twijfelt u of dit bij u op orde is?
De governance-scan toetst statuten, reglementen en besluitvorming van uw organisatie aan wet, code en praktijk. U krijgt geen advies in algemene termen maar bevindingen op uw eigen documenten.