Home » Governance Woordenboek » Stichting

Stichting

Een rechtspersoon zonder leden en zonder aandeelhouders, opgericht bij notariële akte, die met haar vermogen een in de statuten omschreven doel beoogt te verwezenlijken.

Governance Woordenboek · Rechtsvorm, statuten en bevoegdheden · juridische stand augustus 2026

De stichting is de dominante rechtsvorm in de Nederlandse zorg en welzijn. Zij heeft geen leden, geen aandeelhouders en dus geen orgaan dat de bestuurder van buitenaf ter verantwoording roept vanuit een eigendomsrelatie. Dat verklaart waarom intern toezicht bij stichtingen zoveel zwaarder weegt dan bij vennootschappen: er is geen algemene vergadering die kan ingrijpen.

Het ontbreken van eigenaren maakt ook het uitkeringsverbod logisch: de stichting mag geen uitkeringen doen aan oprichters, bestuurders of anderen, behoudens uitkeringen met een ideële of sociale strekking. De besturing rust volledig op het bestuur, met het toezichthoudend orgaan als tegenwicht en met externe correctiemechanismen — enquêterecht, IGJ en NZa — als ultieme remedie.

Sinds de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) gelden voor de stichting dezelfde kernregels als voor de vennootschap: de norm van behoorlijke taakvervulling, het regime voor tegenstrijdig belang (art. 2:291 lid 6 BW voor het bestuur, art. 2:292a lid 7 BW voor het toezichthoudend orgaan), de verplichte belet en ontstentenis-regeling en de mogelijkheid van een one-tier board.

Ook wel: zorgstichting.

Op wie is dit van toepassing?

Rechtsvormen

  • Alleen de stichting — art. 2:285 e.v. BW
  • Kenmerk: geen leden en geen aandeelhouders, dus geen algemene vergadering die het bestuur ter verantwoording roept
  • Verwant maar wezenlijk anders: de vereniging heeft leden, de coöperatie mag aan haar leden uitkeren
  • Oprichting uitsluitend bij notariële akte

Sectoren

Niet sectorspecifiek — de stichting is een algemene rechtsvorm. Zij is wél de dominante rechtsvorm in zorg, welzijn, onderwijs en cultuur, juist omdat het uitkeringsverbod en het ontbreken van eigenaren passen bij een maatschappelijke doelstelling. Voor zorgstichtingen komen daar de Wtza, de Wkkgz, de Wmcz 2018 en de Governancecode Zorg bovenop.

Wat dit betekent in de praktijk

De statutaire doelomschrijving van een zorgstichting is zelden actueel. Bij fusies, nieuwe zorgvormen en samenwerkingsvehikels loont het om te toetsen of de activiteit nog binnen het doel valt — niet uit formalisme, maar omdat de doeloverschrijding het aanknopingspunt is waarop een enquêteverzoek of een aansprakelijkstelling later wordt gebouwd.

Deze toelichting is algemene informatie en geen juridisch advies in een concreet geval. Voor een oordeel over uw eigen statuten, reglementen en besluitvorming is dossierkennis nodig.

Verwante begrippen

In het woordenboek

Verder lezen op deze site

Bronnen

  • Hamers, J. J. A., Schwarz, C. A., & Zaman, D. F. M. M. (Red.). (2018). Handboek stichting en vereniging (3e herziene druk). Uitgeverij Paris. Hoofdstuk 2 kenmerken, hoofdstuk 6 organisatie, hoofdstuk 28 uitkeringsverbod.
  • Brink-van der Meer, J. E., Huizink, J. B., & Van Leeuwen, B. H. A. (2022). Rechtspersoon, vennootschap en onderneming (6e druk, Studiereeks Burgerlijk Recht 7). Wolters Kluwer.
  • Burgerlijk Wetboek Boek 2 (Rechtspersonen) Art. 2:285 e.v. BW; art. 2:285 lid 3 BW (uitkeringsverbod); art. 2:291 en 2:292a BW.

Boeken zijn vermeld volgens de APA-richtlijn; wetteksten verwijzen naar de geconsolideerde tekst op wetten.overheid.nl. Terug naar de index van het Governance Woordenboek.

Twijfelt u of dit bij u op orde is?

De governance-scan toetst statuten, reglementen en besluitvorming van uw organisatie aan wet, code en praktijk. U krijgt geen advies in algemene termen maar bevindingen op uw eigen documenten.

Naar de governance-scan Doe eerst de gratis check