Uitkeringsverbod
Het verbod voor een stichting om uitkeringen te doen aan oprichters, bestuurders of anderen, behoudens uitkeringen met een ideële of sociale strekking.
Governance Woordenboek · Rechtsvorm, statuten en bevoegdheden · juridische stand augustus 2026
Art. 2:285 lid 3 BW verbiedt de stichting om uitkeringen te doen aan oprichters, aan hen die deel uitmaken van haar organen, of aan anderen — tenzij die uitkeringen een ideële of sociale strekking hebben. Het verbod is het spiegelbeeld van het ontbreken van eigenaren: wie geen aandeelhouder is, kan geen dividend ontvangen.
Het verbod raakt in de zorg aan een breder vraagstuk: winstuitkering en private financiering. Voor grote delen van de zorg geldt bovendien een specifiek winstuitkeringsverbod op grond van de sectorwetgeving, en het aanhangige wetsvoorstel Wibz beoogt de regels rond winstuitkering, bedrijfsvoering en tegenstrijdig belang bij zorgaanbieders aan te scherpen — mede met het oog op private equity.
De praktische betekenis zit vaak niet in dividend maar in verkapte uitkeringen: bovenmatige beloningen, transacties met gelieerde partijen tegen niet-marktconforme voorwaarden, onzakelijke huur, of managementfees aan een entiteit van de bestuurder. Zulke constructies raken tegelijk het uitkeringsverbod, het tegenstrijdig belang-regime en de WNT.
Ook wel: winstuitkeringsverbod.
Op wie is dit van toepassing?
Rechtsvormen
- Alleen de stichting — art. 2:285 lid 3 BW
- De vereniging mag evenmin winst onder haar leden verdelen (art. 2:26 lid 3 BW)
- De coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij mogen wél aan leden uitkeren
- NV en BV kennen geen uitkeringsverbod maar wel kapitaalbescherming en een uitkeringstoets
Sectoren
Deels sectorspecifiek. Naast het civielrechtelijke verbod geldt voor grote delen van de zorg een eigen winstuitkeringsverbod uit de sectorwetgeving. Het aanhangige wetsvoorstel Wibz wil de regels rond winstuitkering, transacties met gelieerde partijen en bedrijfsvoering verder aanscherpen, mede met het oog op private equity.
Wat dit betekent in de praktijk
Waar een zorgstichting geld betaalt aan een entiteit waarin een bestuurder of toezichthouder belang heeft, is dat het eerste dossier dat u openslaat. Niet omdat het per definitie fout is, maar omdat het de constructie is waarop toezichthouders, media en de Ondernemingskamer het snelst afkomen.
Deze toelichting is algemene informatie en geen juridisch advies in een concreet geval. Voor een oordeel over uw eigen statuten, reglementen en besluitvorming is dossierkennis nodig.
Verwante begrippen
In het woordenboek
Verder lezen op deze site
Bronnen
- Hamers, J. J. A., Schwarz, C. A., & Zaman, D. F. M. M. (Red.). (2018). Handboek stichting en vereniging (3e herziene druk). Uitgeverij Paris. Hoofdstuk 28.
- Burgerlijk Wetboek Boek 2 (Rechtspersonen) Art. 2:285 lid 3 BW.
- Wet toetreding zorgaanbieders Toelatingsvoorwaarden; wetsvoorstel Wibz (36 686) aanhangig.
Boeken zijn vermeld volgens de APA-richtlijn; wetteksten verwijzen naar de geconsolideerde tekst op wetten.overheid.nl. Terug naar de index van het Governance Woordenboek.
Twijfelt u of dit bij u op orde is?
De governance-scan toetst statuten, reglementen en besluitvorming van uw organisatie aan wet, code en praktijk. U krijgt geen advies in algemene termen maar bevindingen op uw eigen documenten.