Rituele dans of zinvolle reflectie? Het IAC-advies over de zelfevaluatie
De Governance Innovatie- en Adviescommissie van de Brancheorganisaties Zorg onderzocht hoe raden van toezicht in de zorg hun zelfevaluatie aanpakken, en publiceerde daarover begin 2025 een advies onder de titel Zelfevaluatie raden van toezicht: rituele dans of impactvolle reflectie? De conclusie is ongemakkelijk en herkenbaar: de voorbereiding wordt gekenmerkt door onbewuste keuzes en een gebrek aan explicitering over het doel. Hieronder staat wat de commissie vond en wat de vijf aanbevelingen betekenen voor uw volgende evaluatie.
Governance Innovatie- en Adviescommissie · Brancheorganisaties Zorg · advies 2025 · vijf aanbevelingen
Begeleide evaluatieDe vier vormen vergelijken
De commissie staat onder voorzitterschap van prof. dr. Mirella Minkman en adviseert de brancheorganisaties over de Governancecode Zorg. Deze pagina is onze samenvatting en onze lezing ervan; het advies zelf is openbaar.
Wat de commissie aantrof
Vijf bevindingen, en geen ervan gaat over gebrek aan goede wil.
Het doel is zelden expliciet
Er wordt een evaluatie gehouden omdat de code dat vraagt. Wáárvoor precies — verantwoorden, leren, een knoop doorhakken — wordt vooraf niet uitgesproken. Daarmee is de uitkomst niet te beoordelen.
De standaardaanpak past niet altijd
Externe begeleiders hanteren vaak één vaste werkwijze. Dat kan een verschil opleveren tussen wat de raad van toezicht verwachtte en wat er nodig was.
Het samenspel blijft binnenskamers
Er is inmiddels aandacht voor de samenwerking bínnen de raad van toezicht, maar veel minder voor het samenspel met de raad van bestuur en met de medezeggenschap.
Afspraken worden niet opgevolgd
Wat vorig jaar is afgesproken, komt dit jaar niet terug op tafel. Dat beperkt het rendement van de hele exercitie.
En de vijfde: de maatschappelijke opgave van de organisatie wordt in zelfevaluaties nog onvoldoende expliciet gemaakt. Dat is dezelfde constatering die het Kader Goed Bestuur van IGJ en NZa doet over toezichtvisies — twee onafhankelijke bronnen die op hetzelfde gat wijzen.
De vijf aanbevelingen, en wat u ermee doet
Bespreek vooraf het doel, de toezichtvisie en uw ontwikkelingsfase
De commissie adviseert deze drie dingen expliciet te maken vóórdat de evaluatie begint, en om daar handvatten voor te laten ontwikkelen. Concreet: zet in de vergadering ervoor één agendapunt van twintig minuten waarin u vastlegt waartoe deze evaluatie dient. Wie dat overslaat, laat de vorm het doel bepalen.
Haal actief input op bij de raad van bestuur en bij externe belanghebbenden
Niet alleen uw eigen beeld, maar ook dat van wie met u te maken heeft. Concreet: drie tot vijf korte gesprekken vooraf — met de bestuurder, met de cliëntenraad, met de ondernemingsraad, en eventueel met een ketenpartner. Dat kost een halve dag en verandert het gesprek meer dan een langere vragenlijst.
Maak er een doorlopend reflectieproces van
In plaats van één jaarlijks moment: kortcyclische evaluatiemomenten door het jaar heen. Concreet: tien minuten aan het eind van elke vergadering over hoe die vergadering ging. Dat is geen extra vergadering en het levert het materiaal op waarmee de jaarlijkse evaluatie ergens over gaat.
Reflecteer in elk geval op de maatschappelijke opgave
De commissie noemt dit als het onderwerp dat in elke evaluatie aan bod zou moeten komen. Concreet: één vaste vraag — wat is onze opdracht in deze regio, en hebben onze besluiten van dit jaar daaraan bijgedragen? Dat is een lastiger vraag dan hij lijkt, en dat is precies de bedoeling.
Gebruik de evaluatie niet om disfunctioneren aan te kaarten
De commissie is hier stellig: een evaluatie is gericht op ontwikkeling en verbetering, niet op het aan de kaak stellen van disfunctioneren. Concreet: speelt er een conflict of een vraag over iemands functioneren, kies dan een ander instrument. Een evaluatie die stiekem een dossier is, beschadigt allebei de doelen.
Het voorstel om het woord te veranderen
Naast de vijf aanbevelingen doet de commissie een voorstel over taal. Omdat er belanghebbenden bij worden betrokken, omdat het over samenwerking tussen organisaties gaat en omdat het niet alleen om naleving draait, is het volgens de commissie passender te spreken van een evaluatie van het toezicht dan van een naar binnen gerichte zelfevaluatie. Ook adviseert zij een opener formulering in de code over de betrokkenheid van de raad van bestuur.
Wij vinden dat een terecht voorstel, en gebruiken beide woorden bewust naast elkaar. Niet uit besluiteloosheid: wie vandaag zoekt, zoekt op zelfevaluatie. Zolang dat zo is, zou een site die alleen nog over "evaluatie van het toezicht" spreekt onvindbaar zijn voor precies de raad van toezicht die er iets aan heeft. Wat telt is niet het woord maar of de bestuurder en de belanghebbenden werkelijk aan tafel komen.
Wat het advies níet zegt
Het is geen wijziging van de code. Bepaling 7.3.1 staat er nog precies zo: jaarlijks evalueren buiten aanwezigheid van de raad van bestuur, en ten minste eens per drie jaar onder begeleiding van een onafhankelijke externe deskundige. Wie hoopte dat het advies die frequentie zou verlichten, komt bedrogen uit.
Het zegt niet dat externe begeleiding het probleem is. De kritiek richt zich op de standaardaanpak, niet op de begeleiding als zodanig. Een begeleider die vooraf vraagt waartoe deze evaluatie dient, doet precies wat het advies vraagt.
Het zegt ook niet dat vragenlijsten moeten verdwijnen. Het zegt dat de voorbereiding en het doel bepalen wat een lijst oplevert. Dezelfde lijst kan een afvinkoefening zijn of een opening, afhankelijk van wat eraan voorafging.
En het is geen oordeel over individuele raden van toezicht. Het beschrijft een patroon in de sector. Herkent u het niet, dan is dat mogelijk goed nieuws — en het is een vraag die zich laat toetsen door hem aan uw bestuurder te stellen.
Wat dit betekent voor uw volgende evaluatie
De Governancecode Zorg vraagt in bepaling 7.3.1 dat de raad van toezicht ten minste jaarlijks het eigen functioneren evalueert buiten aanwezigheid van de raad van bestuur, en ten minste eens per drie jaar onder begeleiding van een onafhankelijke externe deskundige. Het advies verandert die verplichting niet — het verandert wat u erin stopt.
- Het jaar waarin u extern laat begeleiden is het jaar waarin de externe input en de maatschappelijke opgave het meest te halen zijn. Vraag uw begeleider daar vooraf naar in plaats van achteraf.
- Vraag naar de aanpak, niet naar de vragenlijst. De bevinding over de standaardaanpak is een uitnodiging om te vragen wat er aan uw situatie wordt aangepast.
- Zet de afspraken van vorig jaar bovenaan de agenda. Het goedkoopste advies uit het hele rapport, en het minst uitgevoerde.
- Kijk of uw kader nog klopt. Reflecteren op uw rol veronderstelt dat vaststaat welke rol dat is. Staat dat in verouderde statuten en reglementen, dan evalueert u tegen een kader dat niet meer bestaat.
Veelgestelde vragen
Is dit advies verplicht om te volgen?
Nee. Het is een advies aan de brancheorganisaties over de toepassing van de Governancecode Zorg, geen bepaling in de code zelf. Wat wél verplicht is voor leden van een brancheorganisatie, staat in bepaling 7.3.1: jaarlijks evalueren en ten minste eens per drie jaar extern begeleid.
Wij doen onze evaluatie zelf. Kunnen wij hier iets mee?
Juist wel. Vier van de vijf aanbevelingen kosten geen begeleiding: het doel vooraf vastleggen, input ophalen bij de bestuurder en de medezeggenschap, tien minuten reflectie aan het eind van elke vergadering, en de afspraken van vorig jaar bovenaan zetten. Zie ook zelf doen of laten begeleiden.
Moeten wij de bestuurder er nu bij hebben?
De code schrijft voor dat u ten minste jaarlijks buiten aanwezigheid van de raad van bestuur evalueert. Het advies pleit voor het ophalen van diens input, niet voor diens aanwezigheid bij het hele gesprek. Dat is goed te combineren: vooraf spreken, apart evalueren, achteraf terugkoppelen.
Wij hebben een conflict. Is een evaluatie dan het juiste instrument?
Volgens de commissie nadrukkelijk niet. Ligt er een vastgelopen verhouding of een reeks besluiten die niet te reconstrueren is, dan hoort daar verdiepend governance-onderzoek bij, met een andere opdracht en een andere positie van de onderzoeker.
Verder lezen
- Zelfevaluatie raad van toezicht: het stappenplan Voorbereiden, uitvoeren en verantwoorden, stap voor stap.
- Evaluatie van de raad van toezicht in drie fasen De cyclus, en welke route bij welke fase hoort.
- Hoe vaak moet het? Jaarlijks, en eens per drie jaar extern begeleid.
- Voorbeeldvragen voor de zelfevaluatie Vragen die verder komen dan de vergaderorde.
- Het verslag Wat erin hoort, en wat u erover publiceert.
- Het Kader Goed Bestuur van IGJ en NZa Dezelfde bevinding over de maatschappelijke opgave, vanuit de toezichthouder.
De aanbevelingen omzetten in een gesprek
Het lastigste van dit advies is niet het lezen maar het vertalen: een doel dat vooraf vaststaat, belanghebbenden die werkelijk zijn gehoord, en een gesprek dat over de maatschappelijke opgave durft te gaan. Dat is precies hoe wij een begeleide evaluatie inrichten. Weet u nog niet welke vorm past, vergelijk dan eerst de vier vormen naast elkaar.