Het Kader Goed Bestuur: waarop IGJ en NZa uw governance beoordelen
Er zijn drie soorten normen voor goed bestuur in de zorg, en ze worden voortdurend door elkaar gehaald. Er is de wet: het Burgerlijk Wetboek, de WBTR en de Wtza. Daarnaast is er de Governancecode Zorg, een lidmaatschapsverplichting van de brancheorganisaties. En er is het Kader Goed Bestuur, waarin de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Nederlandse Zorgautoriteit uitleggen wat zíj onder goed bestuur verstaan. Dat derde stuk is geen wet en geen code, maar wel de bril waardoor de externe toezichthouders naar u kijken.
IGJ · NZa · huidige versie 3 juli 2020 · toezichtkader, geen wettelijke norm
Laat uw documentenhuis toetsenWat goed toezicht in de praktijk vraagt
C3 werkt sinds 1993 voor bestuurders en raden van toezicht in zorg en welzijn. Deze pagina vat samen wat het kader van u vraagt en waar het in uw eigen stukken terecht hoort te komen.
Wat het Kader Goed Bestuur is — en wat het niet is
Het kader is een toezichtkader. IGJ en NZa beschrijven erin hoe zij goed bestuur beoordelen wanneer zij bij u langskomen, wanneer er signalen binnenkomen of wanneer zij besluiten tot nader onderzoek. Het is dus geen zelfstandige verplichting waar u een boete voor krijgt, maar wel de maatstaf waarlangs uw governance wordt gelegd op het moment dat er van buiten naar wordt gekeken.
De huidige versie dateert van 3 juli 2020. Dat is vóór de inwerkingtreding van de WBTR en van de Wtza. Achterhaald is het daarmee niet — de verwachtingen erin zijn sindsdien eerder aangescherpt dan versoepeld — maar u moet het wel náást die wetgeving leggen en niet in plaats daarvan.
Het verschil met de code, in één zin: de Governancecode Zorg is een afspraak die de sector met zichzelf maakt, het Kader Goed Bestuur is de uitleg die de toezichthouder van buiten geeft.
Ze wijzen grotendeels dezelfde kant op, en dat is precies waarom het misgaat: organisaties gaan ervan uit dat wie de code volgt automatisch aan het kader voldoet. Op één punt is dat niet zo. Het kader legt nadrukkelijk gewicht op het maatschappelijk belang boven het organisatiebelang — de continuïteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg in de regio, ook als dat niet in uw voordeel is. Dat is een toezichtopdracht die in de meeste toezichtvisies niet terug te vinden is.
Zes verwachtingen aan de raad van toezicht
Het kader richt zich op bestuurders én op interne toezichthouders. Voor de raad van toezicht komt het neer op zes dingen. Bij elk staat waar het in uw eigen stukken terecht hoort te komen — want een verwachting die nergens is vastgelegd, is bij een inspectiebezoek niet aantoonbaar.
Een toezichtvisie die verder gaat dan de organisatie
Niet een document dat beschrijft hóe u vergadert, maar waar u op stuurt en waarom. Met de maatschappelijke opdracht en de positie van de cliënt erin. Hoort thuis in: de toezichtvisie en het toetsingskader.
Toezicht op risicobeheersing, inclusief gedrag en cultuur
Vooruitkijkend, niet alleen achteraf verantwoordend. En expliciet ook op zachte signalen: hoe wordt er in de organisatie over fouten gesproken. Hoort thuis in: het toetsingskader en het informatieprotocol, want dit vraagt andere informatie dan een kwartaalrapportage.
Toezicht over de grenzen van de eigen organisatie
Op continuïteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg — ook waar samenwerking in de regio botst met het eigen belang. Hoort thuis in: de toezichtvisie, en in de agenda van de raad van toezicht.
Vakmanschap en diversiteit bij werving en selectie
Samenstelling op grond van competenties en spreiding, niet op grond van het netwerk van de zittende leden. Hoort thuis in: de profielschetsen en het rooster van aftreden.
Onafhankelijkheid en het voorkomen van belangenverstrengeling
Structureel op de agenda, niet alleen bij benoeming. Hoort thuis in: de statuten, het reglement van de raad van toezicht en een actueel overzicht van nevenfuncties.
Ten minste eenmaal per jaar openbaar verantwoording afleggen
Openbaar, dus niet alleen intern of aan de accountant. Hoort thuis in: het jaarverslag, en in de afspraak wíe dat schrijft — het verslag van de raad van toezicht is geen bijlage bij het bestuursverslag.
Waar het in de praktijk misgaat
- De toezichtvisie is een vergaderdocument. Hij beschrijft de werkwijze in plaats van de opdracht. Bij toetsing is dat zichtbaar binnen twee alinea's.
- Het informatieprotocol ontbreekt of is oud. Daardoor krijgt de raad van toezicht wat het bestuur stuurt, niet wat het toezicht nodig heeft. Gedrag en cultuur staan er zelden in.
- Nevenfuncties zijn ooit bij benoeming uitgevraagd en daarna nooit meer geactualiseerd.
- De profielschets is ouder dan de vorige twee benoemingen en is dus nooit gebruikt zoals hij bedoeld was.
- Het maatschappelijk belang staat nergens. Dit is de meest voorkomende bevinding, en tegelijk de bepaling waar het kader het meeste gewicht aan geeft.
- De openbare verantwoording bestaat uit twee alinea's die elk jaar terugkomen met alleen de jaartallen gewijzigd.
Dit zijn geen vermoedens maar de patronen die wij tegenkomen wanneer wij documentenhuizen naast elkaar leggen. In uw eigen organisatie ziet u er één; het patroon wordt pas zichtbaar over tientallen.
Veelgestelde vragen
Is het Kader Goed Bestuur verplicht?
Het kader zelf is geen wet en legt geen zelfstandige plicht op. Maar IGJ en NZa gebruiken het bij hun toezicht, en de onderliggende normen komen wel uit wetgeving en veldnormen die wél bindend zijn. In de praktijk is de vraag dus niet of u eraan moet voldoen, maar of u kunt laten zien dat u het heeft gewogen.
Wij volgen de Governancecode Zorg. Is dat genoeg?
Grotendeels overlappen ze, maar niet volledig. Het accent op het maatschappelijk belang buiten de eigen organisatie is in het kader sterker dan in de code, en dat is juist het punt waarop toezichtvisies tekortschieten.
Wij zijn een kleine organisatie. Geldt het kader ook voor ons?
Het kader kent geen omvangsgrens zoals de Wtza die kent. Wel weegt de proportionaliteit mee: van een organisatie met twintig medewerkers wordt niet hetzelfde verwacht als van een ziekenhuis. Dat is iets anders dan vrijstelling. Zie ook de verhoogde Wtza-grens, die wél een harde ondergrens kent.
Hoe tonen wij aan dat wij eraan voldoen?
Met uw stukken. Een inspectiebezoek toetst niet uw goede bedoelingen maar wat er is vastgelegd: toezichtvisie, toetsingskader, informatieprotocol, profielschetsen, nevenfuncties en de openbare verantwoording. Ontbreekt er iets, dan is dat op zichzelf al een bevinding.
Verder lezen
- Het eerdere stuk over het Kader Goed Bestuur De beschouwing die wij er destijds over schreven.
- De toezichtvisie Waar hij over hoort te gaan, en waarover niet.
- Het informatieprotocol Welke informatie de raad van toezicht wanneer krijgt.
- Goed toezicht Wat het in de praktijk van u vraagt.
- Welke governance-documenten moet u hebben? De volledige lijst, met per document waar het toe dient.
- De Wtza-grens ging naar vijftig zorgverleners Voor wie dat geldt, en voor wie niet.
Staat het bij u op papier?
Het kader vraagt niet om goede voornemens maar om vastlegging: een toezichtvisie met een opdracht erin, een informatieprotocol dat gedrag en cultuur bereikt, actuele profielschetsen en een verantwoording die daadwerkelijk openbaar is. De volledige governance-scan leest dat hele documentenhuis in samenhang na en zegt u per onderdeel waar het klopt en waar niet.