Home » Berichten » Besluitvorming »
Opvolging als strategische verantwoordelijkheid in de zorg
Door: Jef Hendrickx Datum: 23 februari 2026
Opvolging binnen organisaties wordt vaak gezien als een logisch, bijna vanzelfsprekend proces, maar voor zorginstellingen ligt dat anders. De continuïteit van zorg, de veiligheid van cliënten en de stabiliteit van teams hangen rechtstreeks samen met de kwaliteit van leiderschap. In dat licht laat het boek “Management Controlling and Governance of Family Businesses” zien hoe kwetsbaar organisaties worden wanneer opvolging niet tijdig, zorgvuldig en professioneel is georganiseerd. Hoewel het boek zich richt op familiebedrijven, zijn de lessen opvallend toepasbaar op Nederlandse zorginstellingen, waar betrokkenheid, cultuur en historie net zo'n grote rol kunnen spelen als in familiegedreven organisaties.
Waarom opvolging in de zorg vaak wordt uitgesteld
Veel zorgorganisaties functioneren vanuit een sterke mensgerichte cultuur. Bestuurders blijven vaak langdurig in functie, met diepgewortelde relaties binnen hun organisatie en netwerk. Dat bevordert stabiliteit, maar het creëert ook afhankelijkheid. Het boek beschrijft hoe een vergelijkbare dynamiek in familiebedrijven kan leiden tot uitstelgedrag: het moment van overdracht wordt vooruitgeschoven, omdat het afscheid nemen van een vertrouwde rol ongemakkelijk is en omdat de organisatie zelf onvoldoende druk voelt om verandering in te zetten. In de zorg is dat herkenbaar. Toch schuilt hierin een risico. Wanneer een bestuurder onverwacht vertrekt, ontstaat er organisatorische kwetsbaarheid: incomplete dossiers, onvoldoende overgedragen strategische relaties, een MT dat moet improviseren en een raad van toezicht die ad‑hoc moet handelen. De continuïteit van zorgprocessen kan daardoor worden geraakt, iets wat binnen de context van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) of het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg zwaar kan wegen.
Opvolging als proces van kennisoverdracht en cultuurbehoud
Het boek benadrukt dat succesvolle opvolging meer is dan het aanwijzen van een nieuwe leider; het is een zorgvuldig proces waarin kennis, ervaring en waarden worden overgedragen. In zorginstellingen geldt dat net zo. De bestuurlijke opgave gaat niet alleen over het overdragen van beleidsdocumenten of strategische plannen, maar vooral over het veiligstellen van relationeel kapitaal: samenwerkingen met gemeenten, het IZA‑overleg, regionale ROAZ‑structuren en de relaties met cliëntenraden en ondernemingsraden. De continuïteit van deze relaties bepaalt mede het succes van een nieuwe bestuurder. De auteurs benadrukken dat dit proces baat heeft bij transparantie, planning en een gestructureerde vorm van mentoring. In de zorgcontext betekent dit dat zowel RvT als zittend bestuur nadrukkelijk moeten investeren in overdraagbaarheid: schaduwvergaderingen, gezamenlijke externe gesprekken en een gefaseerde overdracht van dossiers.
De kracht van externe begeleiding
Het boek laat zien hoe externe adviseurs binnen familiebedrijven een cruciale rol spelen bij het begeleiden van opvolging, juist omdat zij emotionele patronen en impliciete aannames zichtbaar maken. Ook zorginstellingen kunnen profiteren van die externe blik. Zeker binnen organisaties waar bestuurders al jarenlang stevig verankerd zijn, helpt een objectieve derde om patronen te doorbreken, scenario’s te onderzoeken en risico’s te benoemen. Bovendien helpt externe begeleiding om opvolging te positioneren als een strategisch vraagstuk in plaats van een persoonlijke aangelegenheid. Daarmee wordt opvolging een regulier onderdeel van governance, passend bij de Zorgbrede Governancecode.
Wat u in deze situatie concreet doet, staat bij de governance-vragen: Mag de raad van toezicht een bestuurder schorsen?.
Een oproep aan zorgbestuurders
De essentie van de inzichten uit het boek is dat opvolging een kans is om te vernieuwen, te versterken en te professionaliseren. Voor Nederlandse zorginstellingen is dat een urgente boodschap. De uitdagingen in de sector – van arbeidsmarktkrapte tot digitalisering en veranderende zorgvraag – vragen om wendbaar leiderschap en continuïteit in de bestuurskamer. Door opvolging tijdig en professioneel te organiseren, versterken bestuurders niet alleen hun eigen organisatie, maar dragen zij ook bij aan duurzame en toekomstbestendige zorg.
Referentie
Leotta, A. (Ed.). (2020). Management controlling and governance of family businesses. Springer Nature Switzerland.

Lees ook het vorige artikel van Jef Hendrickx: Professioneel leiderschap in de zorg: vijf tijdloze lessen uit “History of Management Thought”