Home » De Wtza-grens ging naar vijftig. Moeten wij onze raad van toezicht opheffen?

De Wtza-grens ging naar vijftig. Moeten wij onze raad van toezicht opheffen?

Sinds 1 juli 2025 hoeven niet alle zorgaanbieders met meer dan tien zorgverleners nog een interne toezichthouder te hebben. Voor een deel van hen ligt de grens nu bij méér dan vijftig. Maar dat geldt alleen als drie voorwaarden tegelijk opgaan, en juist dat wordt in vrijwel elk artikel over de wijziging weggelaten. Hieronder staat wanneer u er wel onder valt, wanneer niet, en wat er moet gebeuren als u besluit uw raad van toezicht op te heffen.

Wtza · Uitvoeringsbesluit Wtza · Staatsblad 2025, 147 · in werking 1 juli 2025

Laat uw statuten toetsenWat de Wtza verder van u vraagt

C3 werkt sinds 1993 voor bestuurders en raden van toezicht in zorg en welzijn. Deze pagina is geen juridisch advies; voor de akte gaat u naar de notaris. Wij lezen wel na of uw stukken nog kloppen met de situatie die na deze wijziging is ontstaan.

Wat er precies is veranderd

De Wtza verplicht zorginstellingen boven een bepaalde omvang tot intern toezicht. Die omvangsgrens staat niet in de wet zelf maar in het Uitvoeringsbesluit Wtza, en dat besluit is gewijzigd bij algemene maatregel van bestuur van 26 mei 2025 (Staatsblad 2025, 147), in werking getreden op 1 juli 2025.

Vóór die datum gold één grens: meer dan tien zorgverleners. Sindsdien zijn er twee. Voor een omschreven groep zorgaanbieders is de grens verhoogd naar meer dan vijftig zorgverleners; voor alle andere blijft hij staan op meer dan tien.

De reden achter de verhoging is de administratieve last bij kleinschalige en eerstelijns aanbieders. De wetgever vond een volledige raad van toezicht daar niet in verhouding staan tot de risico's. Voor zorg met verblijf en voor zwaardere zorgvormen is die afweging bewust niet gemaakt.

De drie voorwaarden, en waarom ze samen gelden

De verhoogde grens geldt alleen voor een zorginstelling waarbij alle drie de volgende dingen waar zijn. Gaat er één niet op, dan valt u terug op de grens van meer dan tien zorgverleners.

  • Cliënten kunnen bij u niet verblijven gedurende ten minste een etmaal.
  • U verleent geen medisch specialistische zorg.
  • U verleent geen persoonlijke verzorging, begeleiding of verpleging.

Dat woordje én is het hele punt. In de berichtgeving leest u meestal "de grens gaat van tien naar vijftig", zonder erbij te zeggen vóór wie. Voor een groot deel van de zorg en zeker voor het grootste deel van de langdurige zorg is er niets veranderd.

Let ook op het woord méér. De plicht ontstaat vanaf de eenenvijftigste zorgverlener, niet vanaf de vijftigste. Wie precies vijftig zorgverleners heeft, valt er nog buiten. Zit u daar dicht tegenaan, dan is dat een reden om het aantal jaarlijks vast te stellen en die vaststelling ergens te noteren.

Vier situaties

Om te laten zien hoe smal de verhoging in de praktijk is.

Eerstelijns praktijk, 35 zorgverleners

Geen verblijf, geen medisch specialistische zorg, geen verzorging of verpleging. U valt onder de verhoogde grens en bent dus niet langer verplicht tot intern toezicht.

Thuiszorg met begeleiding, 30 zorgverleners

Geen verblijf, maar wél begeleiding en verpleging. De grens blijft voor u staan op meer dan tien. Er verandert niets.

Kleinschalig wonen, 22 zorgverleners

Cliënten verblijven er. Daarmee vervalt de eerste voorwaarde en blijft de plicht gewoon bestaan, hoe klein u ook bent.

Zelfstandige kliniek, 40 zorgverleners

Geen verblijf, maar wel medisch specialistische zorg. Ook hier blijft de oude grens gelden.

Mag u het interne toezicht dan opheffen?

Als u onder de verhoogde grens valt, vervalt de wettelijke plicht. Maar de plicht vervalt niet vanzelf uit uw statuten, en daar zit het werk.

Uw raad van toezicht bestaat op grond van uw statuten, niet op grond van de Wtza. Zolang die statuten een raad van toezicht voorschrijven, is die er en heeft die alle bevoegdheden die er staan. Opheffen vraagt dus een statutenwijziging bij de notaris. En omdat de statuten van een stichting vrijwel altijd de goedkeuring van de raad van toezicht vereisen voor een statutenwijziging, betekent dat in de praktijk dat de raad van toezicht moet instemmen met de eigen opheffing.

Er is geen overgangsregeling. Er is ook geen enkele verplichting om op te heffen: de verhoogde grens is een ondergrens die vervalt, geen verbod.

Drie redenen om het toch te houden

  • De Governancecode Zorg. Bent u lid van een van de brancheorganisaties, dan is de code een lidmaatschapsverplichting en die staat los van de Wtza. De code gaat uit van een raad van toezicht.
  • Financiers en opdrachtgevers. Gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars stellen in inkoopvoorwaarden regelmatig eisen aan het interne toezicht, ongeacht wat de wet minimaal eist.
  • Uw eigen tegenspraak. Een bestuurder zonder raad van toezicht heeft niemand die de moeilijke vraag stelt. Dat is geen wettelijk maar wel een bestuurlijk risico, en het wordt pas zichtbaar op het moment dat het misgaat.

Wat de wet niet regelt, maar uw statuten wel

Of u nu opheft, houdt of afslankt: de vraag verplaatst zich naar het papier. Dit zijn de plekken waar het in de praktijk misgaat.

1

De goedkeuringslijst hangt aan de raad van toezicht

Heft u de raad van toezicht op, dan vervalt niet alleen het toezicht maar ook de goedkeuring op besluiten die daar nu langs moeten. Wie geeft dan goedkeuring voor een investering, een fusie of een statutenwijziging? Als daar niets voor in de plaats komt, kan de bestuurder alles alleen.

2

Belet en ontstentenis

In veel statuten wijst de raad van toezicht de vervanger aan als de bestuurder wegvalt. Verdwijnt de raad van toezicht, dan verdwijnt die regeling mee en staat de organisatie zonder vertegenwoordiger als er iets gebeurt. Sinds de WBTR moet elke rechtspersoon hier een regeling voor hebben.

3

Benoeming en ontslag van de bestuurder

Wie benoemt de bestuurder als de raad van toezicht er niet meer is? Bij een stichting zonder toezichthoudend orgaan is dat een reëel probleem, want een stichting heeft geen leden of aandeelhouders die het kunnen overnemen.

4

De medezeggenschap

De Wmcz en de Wor kennen adviesrechten en soms een voordrachtsrecht voor een lid van de raad van toezicht. Verdwijnt dat orgaan, dan verandert de positie van de cliëntenraad en de ondernemingsraad mee. Dat is een gesprek dat u beter vóór het besluit voert dan erna.

Veelgestelde vragen

Hoe tellen wij het aantal zorgverleners?

Het gaat om het aantal natuurlijke personen dat in de regel zorg verleent, niet om fte en niet om het totale personeelsbestand. Ook zorgverleners die op grond van een overeenkomst van opdracht voor u werken tellen mee. Ondersteunend personeel dat geen zorg verleent, telt niet mee. Zit u rond de grens, leg de telling dan vast met de peildatum erbij.

Wij zijn nu al vrijgesteld. Moeten wij iets doen?

Nee. Er is geen meldplicht en geen actie vereist. Doet u niets, dan blijft uw raad van toezicht bestaan op grond van uw statuten. Dat is een geldige keuze.

Wij willen wel opheffen. Wat is de volgorde?

Eerst nagaan of u werkelijk onder alle drie de voorwaarden valt. Dan in kaart brengen welke bevoegdheden in uw statuten aan de raad van toezicht hangen en waar die naartoe moeten. Dan het gesprek met de raad van toezicht en met de medezeggenschap. Pas daarna de notaris. Wie met de notaris begint, krijgt een akte die de eerste twee stappen niet heeft gedaan.

Kunnen wij ook iets tussenin doen?

Ja, en dat is vaak de verstandigste route. Een kleinere raad van toezicht, een lichtere vergadercyclus, of een adviesraad zonder formele bevoegdheden. Alle drie vragen een aanpassing van de statuten of het reglement, maar geen van drie een volledige opheffing.

Geldt de Governancecode Zorg dan nog wel voor ons?

Als u lid bent van een branchevereniging die bij de BoZ is aangesloten: ja, want de code is een lidmaatschapsverplichting en verwijst niet naar de Wtza-grens. De code kent wel een eigen uitzondering voor kleine organisaties, die niet alle bepalingen integraal hoeven toe te passen. Dat is iets anders dan vrijstelling.

Verder lezen

Twijfelt u of u er nog onder valt?

De vraag of de plicht vervalt is een telling. De vraag wat er dan met uw statuten moet gebeuren is een leesopdracht, en die is groter dan hij lijkt: bevoegdheden, goedkeuring, belet en ontstentenis, benoeming en medezeggenschap hangen allemaal aan hetzelfde orgaan. De statutenscan brengt dat in vijf werkdagen in kaart, met een nagesprek erbij.

Statutenscan — € 1.400Alle vier de maten vergelijken