‘Nieuwe’ organisatie- en samenwerkingsmodellen

‘Nieuwe’ organisatie- en samenwerkingsmodellen

 

Afgelopen vrijdag was Ard-Pieter de Man bij C3. We hebben ons een dag ondergedompeld in ‘nieuwe’ organisatie- en samenwerkingsmodellen. ‘Nieuwe’ staat tussen aanhalingstekens omdat de meeste principes niet nieuw zijn maar zijn doorontwikkeld en aangepast aan de huidige tijd. ‘Activiteiten en de mensen die ze uitvoeren opknippen en plakken’ is bij wijze van spreken al zo oud als de weg naar Rome, aldus Ard-Pieter.

 

Ard-Pieter start in zijn wijze van kijken naar organisaties met de vernieuwingen die zich voordoen of de vernieuwingen die worden beoogd. Hoe zitten die in elkaar? En als je dat weet: hoe kan je dan het beste organiseren? In het huidige tijdgewricht zijn wendbaarheid en snelheid belangrijke organiseerprincipes. En ook: als organisatie kan je het veelal niet meer alleen. Je hebt samenwerkingspartners nodig en hoe organiseer je dat, welke vraagstukken brengt dat met zich mee? Welke impact hebben die samenwerkingsverbanden op de governance? Uitgangspunten als ‘grip hebben op’ en ‘wij hebben de regie’ voldoen niet meer. Maar wat en hoe dan wel?

 

In het boek dat eind vorig jaar is uitgekomen: ‘How to survive the organizational revolution’, beschrijft Ard-Pieter met zijn medeauteurs de plussen en minnen van nieuwe organisatie- en samenwerkingsmodellen. Afgelopen vrijdag zijn als organisatiemodel het multidimensionele model, het spotify-model en de holacracy uitgebreid aan bod gekomen. In de zorg zien wij dat met name elementen uit de holacracy worden omarmd: zelfsturing, zelforganisatie en zelfmanagement doen hun opgang. Maar aan de 13 voorwaarden om zelforganisatie tot een succes te maken, wordt lang niet altijd voldaan.

 

Wat betreft de samenwerkingsmodellen tussen organisaties hebben we lang stil gestaan bij de trend tot ‘ecosystemen’; allerlei vormen van samenwerking anders dan fusie of overname. De vraag is of je nog kunt sturen op ecosystemen (inclusief: hoe kom je er van af) en hoe een raad van toezicht zich tot al die samenwerkingsverbanden verhoudt. Dat laatste in ieder geval niet door zelf bijvoorbeeld in de ALV van de coöperatie van het samenwerkingsverband te gaan zitten. Wel door actief betrokken te zijn bij de strategie van de eigen organisatie (waar het aangaan van samenwerkingsverbanden onderdeel van uit maakt) en door te toetsen of de bestuurders in hun uitvoering ‘alliantievaardig’ zijn.

 

We kijken als C3-ers terug op een inspirerende dag, waarbij we onze werkpraktijk hebben kunnen toetsen en (theoretisch) verrijken. Het smaakt naar meer.

 

Meer weten over de visie, diensten, werkwijze of mensen van C3?