Zorg en Leeftijd

Zorg en Leeftijd

Op vrijdag 6 november pakten we met C3 het onderwerp onder de loep van leeftijd en zorg. Het onderwerp was ingegeven door berichtgevingen eerder dit jaar over keuzecriteria als de intensive care capaciteit geen ruimte meer liet.

Wat betekent leeftijd voor de zorgkosten?

Als inleiding bekeken we de demografische ontwikkeling van de Nederlandse populatie, waarin er een opwaartse verschuiving te zien is in de leeftijdsverdeling. Dit brengt een andere verdeling met zich mee voor de zorgpremies die worden opgebracht versus de zorgkosten die worden gemaakt. De zorgkosten verlopen namelijk niet lineair met de leeftijd maar vertonen een sterke stijging in de latere levensjaren.

 

Wat betekent leeftijd binnen de solidariteitsprincipes van ons zorgstelsel?

Gelukkig voorziet ons zorgstelsel hierin. De borging van de solidariteit in ons Nederlandse zorgstelsel is sterk. Exemplarisch zelfs, bij stelselherzieningen in andere landen wordt er regelmatig gespiekt bij ons stelsel. Er zijn vier vormen van solidariteit geborgd in ons stelsel:

  1. Inkomenssolidariteit: hogere inkomens leggen meer premie in, maar het basispakket is voor iedereen gelijk
  2. Risicosolidariteit: de premie wordt niet gesteld naar risico, er is zelfs een verbod op premiedifferentiatie (Zvw).
  3. Geslachtssolidariteit: bijna theoretisch te noemen, de verschillen in zorggebruik per geslacht zouden kunnen worden gedifferentieerd in de premie, dit doen we niet.
  4. Intergeneratiesolidariteit: we differentiëren de premie niet naar leeftijd.

 

Maar hoe voorkomen wij dan dat zorgverzekeraars onze ouderen niet beschouwen als ‘kostenpost’? Hierin voorziet het risicovereveningssyteem. Via een set vereveningscriteria die maatgevend zijn voor de zorgkosten (o.a. diagnosekostengroepen, geneesmiddelkostengroepen, en uiteraard ook leeftijd) worden de premies die inkomensafhankelijk zijn geïnd, herverdeeld naar de zorgverzekeraars (voor Zvw zorg). Kort gezegd krijgt een zorgverzekeraar uit de ‘verzamelpot’ (het zorgverzekeringsfonds, of ook wel het risicovereveningsfonds genoemd) voor een oudere verzekerde met diverse aandoeningen veel meer uitgekeerd. Zo houden we de bovengenoemde solidariteitsvormen in stand.

Wat willen wij betalen voor gezondheidswinst?

Hoewel we in ons stelsel prestatiebekostiging hanteren, willen wij in principe betalen voor gezondheidswinst. Hoe meer gezondheidswinst er te behalen valt, hoe meer wij bereid zijn om ervoor te betalen. Dat klinkt logisch. Echter, bij toenemende leeftijd daalt de gezondheidswinst die behaald kan worden in de resterende levensduur. Hoe beïnvloedt dat de keuzes?

In sterk gezondheidseconomisch denkende landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Australië, Canada heeft zich dit al voorgedaan. Rond 2014 gaf dit in Engeland een enorme discussie toen de National Health Service aangaf dat bepaalde ingrepen (bij o.a. kanker en orthopedische prothesen) vanaf een bepaalde leeftijd niet meer in het pakket zaten. De NHS werd hierop beticht van leeftijdsdiscriminatie. Dit is slechts één voorbeeld, maar je kunt je je wel afvragen of zich dit in Nederland ook voordoet.

Het is zonder meer een beladen onderwerp, daarom sluit ik graag af met de vraagstellingen die wij onderling hebben besproken zonder in te gaan op onze individuele meningen daarover.

  • Is leeftijd als getal maatgevend voor het al dan niet inzetten van een behandeling? Of maakt dat geen deel uit van de beoordeling?
  • Stel we zouden leeftijd als grenswaarde gebruiken: wie moet dat dan bepalen? De overheid voor de hele maatschappij, of de arts in de spreekkamer?
  • Is het onvermijdelijk dat we dit instrument moeten inzetten? Of is er een andere oplossing (bijv. meer zelfbeschikking, preventie op een andere manier)?

Het blijven vraagstukken waarmee we worden geconfronteerd: in de maatschappij, in ons werk, en soms ook persoonlijk. Het is goed om daarover na te denken, om een zo goed mogelijk beeld te hebben van hoe ermee om te gaan, op het moment dat we er daadwerkelijk mee te maken krijgen.

Meer weten over de visie, diensten, werkwijze of mensen van C3?