Skip to content

Hoogwaardige ervaringskennis voor het organisatieadviesvak

Versie: 24 mei 2018

Hoogwaardige ervaringskennis voor het organisatieadviesvak

De missie van het Platform Advieskwaliteit is het bijdragen aan de professionalisering van het adviesvak door de kenniscomponent daarvan te versterken. Het doel daarvan is het verhogen van de kwaliteit van advisering.
Deze notitie is geschreven in het kader van bovengenoemde missie om:

-          de aard van die kenniscomponent verder te preciseren;

-          iets te zeggen over de methodologie om dergelijke kennis te ontwikkelen en over;

-          de criteria waarop deze kennis is te beoordelen.

Hiermee is zeker niet het laatste woord over deze materie gezegd. Wat in deze notitie gezegd wordt zal voor velen vreemd zijn en daarom commentaar uitlokken. Dat commentaar is zeer welkom, want nog veel van het hier gestelde is voor verbetering vatbaar (u kunt onderaan deze pagina een reactie achterlaten).

Evidence-Based Practice
Het kernproces van iedere professional, zoals medicus, jurist en ingenieur, is het kennisintensief oplossen van veldproblemen voor een klant. De toevoeging ‘kennisintensief’ geeft het verschil tussen de professional en de ambachtsman[1]. Als organisatieadvisering een professie is, is het effectief en grondig gebruiken van de best beschikbare actuele kennis bij het oplossen van veldproblemen (ofwel ‘evidence-based practice’, EBP) een basiseis voor iedere adviseur[2].
Bij het begrip ‘kennis’ wordt vaak vooral gedacht aan (formele) wetmatigheden, theorieën en te toetsen hypotheses. Kennis, die zo goed als mogelijk lijkt op de kennis, ontwikkeld door de Natuurkunde, de ‘moeder van alle wetenschap’ en daarom bij voorkeur ook kwantitatief is. Maar relevante kennis voor een professie als organisatieadvisering omvat veel meer dan deze vorm van kennis, al was het alleen maar dat het sociale domein fundamenteel verschilt van het materiële domein van de natuurkunde. Het betreft alle kennis die voor de professional van belang is om de problemen waar hij/zij voor staat aan te pakken en op te lossen.

Stukje uit de Volkskrantbijlage Sir Edmund van 5 mei 2108

Stadiongrasmatkennis
Het Volkskrant-stukje hierboven beschrijft het ontwikkelen van valide en relevante kennis voor het leggen van een robuuste stadiongrasmat. De gebruikte methode om die kennis te ontwikkelen is systematisch ervaringsleren. De op deze wijze verworven kennis is valide (haar effectiviteit is in de praktijk grondig getoetst) en is kennis op wereldniveau (maar weinigen in de wereld zullen betere ‘stadiongrasmatkennis’ hebben dan John Hendriks en zijn medewerkers). Het is ook zeer waardevolle kennis, voor het bedrijf van John Hendriks maar zeer zeker ook voor diens klanten. Deze notitie is geschreven vanuit de gedachte dat de advieswereld ook in staat moet zijn om valide advieskennis op wereldniveau te ontwikkelen op basis van systematisch ervaringsleren.

Kennis met operationele relevantie
Kennis[3], relevant voor organisatieadviseurs, is er in uiteenlopende vormen. Voor het toepassen van EBP in ‘het moeras van de praktijk’ gaat het vooral om kennis met operationele relevantie, dat wil zeggen kennis die direct – dat wil zeggen zonder verder onderzoek buiten de case-context - in dit ‘moeras van de praktijk’ gebruikt kan worden bij het ontwerpen van effecieve benaderingen en oplossingen van veldproblemen. Zo heeft de kennis van John Hendriks en medewerkers voor het effectief leggen van een robuuste stadiongrasmat een grote operationele relevantie: als zij in een nieuwe en mogelijk moeilijke situatie weer een nieuwe grasmat moeten leggen, kunnen zij terugvallen op wat zij geleerd hebben van vorige opdrachten.

Handelingsgeorienteerde, ofwel op verbetering gerichte kennis, toe te passen in het sociale domein wordt helaas (nog) maar zelden door de universiteiten geleverd[4]. Daarom zou het goed zijn als de organisatieadvieswereld zelf de handen in een zou slaan om kennis met operationele relevantie te ontwikkelen. Dit kan gebeuren door het enorme reservoir aan ervaringskennis van de advieswereld te expliciteren, valideren en generaliseren om zo te komen tot kennis met operationele relevantie voor de adviseur. Samenwerking met geïnteresseerde lectoraten of universitaire vakgroepen zou daarbij zeker kunnen helpen. Eén van de werkwijzen om hoogwaardige ervaringskennis te ontwikkelen zijn de kennisontwikkelworkshops, die door het Platform Advieskwaliteit georganiseerd worden.

De eisen te stellen aan kennis, ontwikkeld door ervaringsleren
De wijze van kennisontwikkeling en de aard van de te ontwikkelen kennis met operationele relevantie lijkt enigszins op die van John Hendriks. De belangrijkste overeenkomst is het systematisch ervaringsleren: om een gewenste uitkomst te bereiken wordt dit geprobeerd in een aantal vergelijkbare gevallen, telkens lerend van de resultaten van zo’n poging en op grond daarvan de gevolgde methode aanpassend.

De eisen, die aan de door en voor de advieswereld te ontwikkelen hoogwaardige ervaringskennis gesteld moeten worden, kunnen worden afgeleid uit ‘de wetenschappelijke methode’[5] en uit het gebruik dat van deze ervaringskennis gemaakt zal worden. Deze kennis zal vooral gebruikt worden bij het ontwerpen van aanpak en oplossingen van specifieke veldproblemen (zoals bijvoorbeeld het gebruik van de kennis van John Hendriks voor het leggen van een grasmat in een voor hem nieuw stadion). Voor deze vorm van gebruik moet de door ervaringsleren ontwikkelde kennis ten minste voldoen aan de volgende drie eisen.

De eerste eis is dat deze kennis geobjectiveerd is. Dit is de eerste eis, omdat ervaringskennis vaak gekleurd wordt door vooroordeel (persoonlijke oordelen zijn vaak te weinig getoetst door kritische gesprekspartners) en vooringenomenheid (de persoon in kwestie heeft een eigen belang om de betreffende kennis waar of effectief te laten beschouwen). Objectiveren betekent dat deze kennis door meerdere personen of instanties vanuit meerdere perspectieven beoordeeld en becommentarieerd is (het is juist op dit punt waar veel ‘managementliteratuur’, waaronder publicaties van guru’s en ervaren adviseurs zwak is).
De tweede eis is dat deze valide is. De validiteit van handelingsgeorienteerde kennis wordt niet beoordeeld op grond van ‘waarheid’ (zoals beschrijvende en verklarende kennis), maar op grond van effectiviteit: lukt het door gebruik van de ontwikkelde kennis de beoogde uitkomsten te realiseren. Een goede methode om de effectiviteit van kennis te onderzoeken is door deze in aan aantal gevallen te testen (dus veldtesten, zoals ook John Hendriks doet).
De derde eis is dat deze kennis transfereerbaar is naar andere contexten en naar andere personen. Transfereerbaarheid naar andere contexten betekent dat die kennis gebruikt kan worden in andere contexten dan die waar zij ontwikkeld is. Kennis kan trsnsfereerbaar gemaakt worden door onder meer richtlijnen/aanwijzingen om haar specifiek  te maken voor concrete cases. Die richtlijnen worden ontwikkeld op basis van testen in verschillende contexten. (De kennis van John Hendriks is transfereerbaar naar stadions waar ze nog nooit geweest zijn, maar deze richtlijnen zullen in zijn geval echter vooral impliciet zijn).  Transfereerbaarheid naar andere personen betekent dat de betreffende kennis gebruikt kan worden door derden, dus door anderen dan degenen die de werkwijze ontwikkeld hebben[6]. (De kennis van John Hendriks voldoet vermoedelijk niet aan deze eis, maar dat zal ook niet iets zijn wat hij zou willen).

Objectiveren van kennis betekent overigens niet dat daardoor ‘objectieve kennis’ ontwikkeld worden, want die bestaat niet. Alle waarnemingen en alle kennis is theorie-geladen, men ziet wat men verwacht te zien. Objectiveren betekent slechts zo goed mogelijk de persoonlijke vooroordelen en vooringenomenheid in de ervaringskennis te elimineren. Valideren betekent voorts niet dat de betreffende ervarings kennis bewezen wordt. Streng bewijzen, zoals in de wiskunde en de natuurkunde, is in het sociale domein onmogelijk. Valideren betekent slechts het verzamelen van zo sterk mogelijk bewijsmateriaal voor de claim dat de betreffende interventie in het gegeven applicatiedomen effectief is. Transfereerbaar maken naar andere contexten is tenslotte het ontwikkelen van richtlijnen of aanwijzingen voor het specifiek maken van de aangeboden kennis voor een nieuwe context (wat meestal gebeurt op basis van veldtesten in diverse contexten, zoals ook door John Hendriks gedaan is).

De aard van geobjectiveerde, valide en transfereerbare ervaingskennis
De drie eisen van objectiveren, valideren en transfereerbaar maken van ervaringskennis kunnen, zoals gezegd, gezien worden als het toepassen van de wetenschappelijke methode. Dit leidt echter niet tot kennis, die lijkt op de natuurkunde: wetmatigheden, theorieën en te toetsen hypotheses. Wat is dan de vorm van hoogwaardige ervaringskennis?
Die vorm is vergelijkbaar met de vorm van de zogenaamde management literatuur, d.w.z. boeken en artikelen, geschreven door management guru’s of ervaren adviseurs. Deze literatuur betreft veelal het promoten van bepaalde benaderingen om bepaalde gewenste uitkomsten te bereiken, grotendeels ontwikkeld op basis van persoonlijk ervaringsleren. Dergelijke literatuur kan heel inspirerend zijn, maar moet ook met enige voorzichtigheid gebruikt worden omdat deze kennis misleidend kan zijn (de auteur kan een eigen belang in de zaak hebben) en omdat de validiteit moeilijk te beoordelen is (er wordt vaak heel weinig bewijsmateriaal geleverd). De vorm van hoogwaardige ervaringskennis lijkt op die van management literatuur: redenerend en verhalend. Ofwel, redenerend in termen als veldproblemen,  mogelijke interventies, gewenste uitkomsten en mogelijke sociale mechanismen die die uitkomsten veroorzaken en verhalend door bewijsmateriaal te geven uit cases waarin de betreffende interventies zijn toegepast. Het verschil met management literatuur ligt niet in de vorm waarin de kennis is vastgelegd, maar in het streven om de kwaliteit daarvan te verhogen door te objectiveren, valideren en transfereerbaar te maken.

Hoogwaardige ervaringskennis
De kennis van John Handriks en zijn team kan beschouwd worden als zeer hoogwaardige kennis: valide (zeer sterk bewijsmateriaal voor haar effectiviteit) en met een grote operationele relevantie, waardevol voor bedrijf en vooral voor de klant en op wereldniveau.

Het kernpunt van deze notitie is de aanbeveling om het mogelijke grote belang van hoogwaardige ervaringskennis te erkennen en daarom ook veel moeite te doen om ervaringskennis te objectiveren, valideren en transfereerbaar te maken[7]. Als de advieswereld zich hier voor inzet is zij, evenals Jonh Hendriks, in staat om, al dan niet in samenwerking met lectoraten en vakgroepen,  hoogwaardige ervaringskennis met grote operationele relevantie op wereldniveau te ontwikkelen.

JvA/24 mei 2018

 

[1] Al is dit onderscheid aan het vervagen omdat veel ambachten steeds kennisintensiever worden. Die kennis wordt meestal niet door middel van wetenschappelijk onderzoek ontwikkeld, maar hoeft daarom niet minder valide of waardevol voor het betreffende ambacht (en daarmee voor de mensheid) te zijn.
[2] Het gebruik van het begrip ‘Evidence-Based Practice brengt een zeker gevaar met zich mee, omdat er veel misverstanden over EBP bestaan. Zoals de gedachte dat EBP betekent dat alleen streng bewezen interventies gebruikt mogen worden en dat die via vaste protocollen moeten worden uitgevoerd. EBP betekent echter niet meer, maar ook niet minder, dan dat professionals niet zo maar wat doen, of slechts de ooit bij de opleiding verworven kennis plus de persoonlijke ervaringskennis gebruiken, maar dat zij hun handelen baseren op de best beschikbare actuele kennis. Deze notitie gaat over die best beschikbare actuele kennis te gebruiken bij EBP.
[3] Kennis wordt wel gedefinieerd als ‘justified, true belief’, d.w.z. een overtuiging, waarvoor voldoende relevant bewijsmateriaal bestaat (‘justified’) om als waar (‘true’) te worden beschouwd. Kennis is de ontastbare hulpbron die ieder mens (in meerdere en mindere mate) persoonlijk bezit om zijn/haar werkelijkheid te beschrijven en te begrijpen en om effectief te handelen in die complexe werkelijkheid. Hoewel ontastbaar kan kennis gedeeld worden door middel van gesprekken en vastgelegd worden in teksten.
[4] Dergelijke kennis wordt voor het materiële domein wel geleverd door technische universiteiten, voor het medische domein door universitaire medische centra en voor het sociale domein hopelijk op termijn ook door kenniskringen van HBO-instellingen (omdat deze laatsten uitdrukkelijk de missie hebben om de beroepspraktijk te verbeteren)
[5] Er bestaat geen canonieke, discipline onafhankelijke definitie van DE wetenschappelijke methode. De drie hier genoemde eisen zijn gebaseerd op een vertaling van de wetenschappelijke methodes in diverse disciplines naar het sociale domein van organisatieadvisering. Commentaar op deze vertaling is zeer welkom.
[6] In softwareontwikkeling wordt wel een verschil gemaakt tussen alfa-testen, testen van nieuwe software door de ontwikkelafdeling zelf en beta-testen, het daarna testen van die software door een andere afdeling om de transfereerbaarheid naar derden te verzekeren.
[7] Een voorbeeld in een andere discipline. Ervaringskennis speelt in de medische wereld een uiterst belangrijke rol. Vrijwel alle vooruitgang in de afgelopen twee millennia in deze belangrijke discipline is gebaseerd op ervaringsleren, een groot deel van hun leerboeken is gebaseerd op ervaringskennis, als een medicus er niet uitkomt valt hij terug op collegiaal consult, dus op de ervaringskennis van anderen. Ervaringskennis wordt echter niet beschouwd als wetenschap en dat klopt voor een deel ook, omdat het niet serieus nemen van ervaringskennis maakt dat er weinig geïnvesteerd wordt in het systematisch objectiveren en valideren van medische ervaringskennis (en in het systematisch ontwikkelen van kennis over hoe te handelen als de patiënt niet past in het protocol voor de gemiddelde patiënt, een vorm van transfereerbaar maken).

Laat een reactie achter





Scroll To Top